Al het nieuws

Publiek karakter onderwijs voorop

Brief aan de Onderwijsraad

Het rapport van de Onderwijsraad is bij CNV Onderwijs onderwerp van gesprek. We zien dit rapport als een krachtige analyse van hoe het publieke karakter van het onderwijs onder druk staat. De raad stelt dat onderwijs een sterk publiek karakter heeft als het voldoet aan een aantal voorwaarden. Het is toegankelijk, van hoge kwaliteit en er is sprake van zeggenschap. Het Nederlandse onderwijs voldoet hier niet meer aan. Daarover zijn wij van CNV Onderwijs, de AOb, BVMBO, FvOv, Het Lerarencollectief en Platform VVVO het eens. Als beroepsgroep stuurden we een gezamenlijke adviesbrief aan de Onderwijsraad.

Privatisering

Er is altijd samenwerking met private partijen geweest en dit zal er altijd blijven. Denk aan schoolgebouwen, pennen en schoolboeken. Die producten zijn nodig om het publieke onderwijs vorm te geven. We delen daarom de zorgen van de Onderwijsraad dat het primaire proces van publiek onderwijs wordt aangetast. De privatisering van het onderwijs vindt nu op meerdere niveaus plaats. Bijvoorbeeld in de school als er een bijlesinstituut in het schoolgebouw is, als er uitzendbureaus worden ingezet of als en technologieplatforms van grote commerciële aanbieders worden gebruikt. Er wordt ook veel aanvullend onderwijs ingekocht: bijlessen na schooltijd, en edtech platforms die nu ook veelvuldig reclame maken op de radio. Verder vindt privatisering ook plaats ter vervanging van publiek onderwijs. Zo is er een groeiend aanbod van niet-bekostigde particuliere scholen. ‘Wij zijn van mening dat deze trends moeten worden teruggedrongen,’ zegt Daniëlle Woestenberg.

Reden van privatisering

De belangrijkste reden voor de toename van de toenemende private invloed is de afnemende kwaliteit van het publieke onderwijs. De overheid heeft het onderwijs verwaarloosd en de belangrijkste uiting daarvan is het enorme lerarentekort. Het is niet verrassend dat ouders die het zich kunnen veroorloven naar private alternatieven kijken, waardoor kansenongelijkheid toeneemt. Leerlingen kunnen nu niet altijd het onderwijs krijgen waar ze op zouden mogen rekenen. Kansrijke leerlingen niet én kansarme leerlingen niet. De Onderwijsraad constateert terecht dat privatisering niet zal worden teruggedrongen als de basis niet op orde is. Dit betekent dat toereikende bekostiging nodig is om algemeen toegankelijk en kwalitatief goed onderwijs te kunnen realiseren voor elke leerling, dus zonder afhankelijk te zijn van private bijlessen, huiswerkbegeleiding of examentrainingen. Er moet daarom fors worden geïnvesteerd in het onderwijs, zodat er weer in elke klas een goede leraar komt die zijn werk ook goed kan uitvoeren. Daarvoor zijn investeringen in kleinere klassen, lestaakreductie, tijd voor professionalisering en een goede ondersteuning voor leraren met OOP’ers op verschillende niveaus noodzakelijk. In het advies Tijd voor Focus gaf de Onderwijsraad hier een goede aanzet toe.

Wat we missen in de analyse van de Onderwijsraad

In de analyse van de Onderwijsraad missen we echter hoe het Nederlandse onderwijsbeleid van de afgelopen dertig jaar heeft bijgedragen aan de privatisering van ons onderwijs. De Onderwijsraad beschrijft wel dat scholen en besturen zich op een bepaalde manier gedragen, maar niet altijd waarom ze zich zo gedragen. Dat er vanuit concurrentieoverwegingen bepaalde keuzes worden gemaakt is helder. Maar niet dat die concurrentie – en de huidige onderwijsmarkt – mede tot stand is gekomen door bewuste beleidskeuzes die door de raad niet worden geadresseerd.

Financiële prikkels

Merel van Vroonhoven gaf onlangs in de Tweede Kamer aan geschrokken te zijn van de mate waarin marktwerking al in het onderwijs was doorgedrongen. Daarbij doelde ze niet alleen op de duidelijke voorbeelden die de raad benoemt, maar ook hoe de overheid, scholen en besturen opereren alsof het een private markt betreft. De oorzaak van privatisering ligt mede in ons onderwijsbestel waarbij vanaf de jaren negentig bewust gestuurd is op decentralisering, concurrentie, schaalvergroting en een te grote focus op bedrijfsmatig werken, ingegeven door financiële prikkels in het systeem. De overheid is hierbij op steeds grotere afstand komen te staan en laat te veel over aan het onderwijsveld en externe private partijen.

Brief aan Onderwijsraad

Dit alles stuurden we vandaag in een brief aan de Edith Hooge, de voorzitter van de Onderwijsraad. We willen hiermee erop wijzen dat de positie van het onderwijspersoneel is verzwakt en expliciete aandacht verdient. Zowel op school als landelijk moet die positie worden versterkt, en dat gaat verder dan medezeggenschap alleen. Onderwijsvakorganisaties moeten aan tafel komen waar bijvoorbeeld landelijk beslissingen over onderwijstechnologie worden gemaakt. Meer publiek-private regie op (nog te ontwikkelen) software en platforms die door marktpartijen voor onderwijs worden gemaakt, is dringend gewenst. Dat versterkt niet alleen de positie van het onderwijspersoneel, maar komt ook de versterking van het publieke karakter van ons onderwijs ten goede.

Waarom maken we ons hier hard voor?

We zien dat privatisering steeds verder verstrengeld raakt in ons publieke onderwijsbestel. Wij zien deze ontwikkeling tevens in het beroeps-, hoger en wetenschappelijk onderwijs, en wij achten het raadzaam dat de Onderwijsraad ook aandacht aan deze sectoren besteedt. We steunen de oproep van de Onderwijsraad aan de overheid om de private invloeden strenger te reguleren en een maatschappelijke discussie te starten over het publieke karakter van ons onderwijs. Daarnaast moet de basis op orde komen en wijzen we op reflectie op het huidige onderwijsstelsel. Het is namelijk een stelsel dat deze privatisering in de hand werkt. Het is mede aan ons, de beroepsgroep, de taak om die discussie verder te brengen en onze collega’s te wijzen op de eigen verantwoordelijkheid die we hierin hebben. Die uitdaging gaan we gezamenlijk aan.