Zorgen over mentale gevolgen coronacrisis voor jongeren

'Pubers willen het liefst veel van huis zijn, bij hun ouders vandaan, en nu zitten ze al maanden opgehokt'

‘Pubers willen het liefst veel van huis zijn, bij hun ouders vandaan. Maar nu zitten ze al maanden opgehokt mét hun ouders!’ tekent psycholoog Maud Nooitgedagt het probleem treffend uit. Jongeren hebben mogelijk leerachterstanden, daar wordt €8,5 miljard voor uitgetrokken, maar hoe zit het met de psychische en sociale gevolgen van de coronacrisis? Een rondgang.

Vorig jaar begon psycholoog Saisha Partiman met het Bel-me-wel-register, voor iedereen die in de coronacrisis een luisterend oor kon gebruiken. Mensen kunnen een bericht achterlaten op de website en worden dan teruggebeld door een van de elf vrijwilligers, allemaal werkzaam in de psychologie. Zo’n 350 mensen hebben daar afgelopen jaar gebruik van gemaakt. Partiman: ‘De gesprekken gaan vooral over stress en eenzaamheid. Stress over de corona-maatregelen, angst voor het virus, financiële onzekerheid, disbalans tussen werk en privé, relatieproblemen. Of eenzaamheid doordat mensen zich geïsoleerd voelen en niet weten bij wie ze om hulp moeten vragen.’

Op elkaars lip


Een van de vrijwilligers bij het Bel-me-wel-register is Maud Nooitgedagt, psycholoog en systeemtherapeut en werkzaam bij Care-express voor specialistische jeugd GGZ en jeugdhulp in Amsterdam. ‘Daar werd ik ook gebeld door jongeren. Net samenwonenden wilden bijvoorbeeld praten over relatieproblemen nu ze hele dagen op elkaars lip zitten. Ook waren er jongeren die zich verveelden, omdat ze eerst altijd naar hun opleiding toe gingen en nu vooral thuiszitten. Of kinderen met kwetsbare ouders, waardoor ze helemaal niet meer de deur uit konden en niemand konden zien.’ Ze lacht: ‘Ik weet mijn eigen puberteit nog wel; dan wil je juist veel bij je ouders vandaan. Maar nu zitten ze al maanden opgehokt mét hun ouders.’

Geen perspectief


Nooitgedagt merkt het ook in haar reguliere werk als psycholoog: ‘Oude kwetsbaarheden worden uitvergroot door corona. Veel cliënten waren al voor de crisis bij mij onder behandeling, maar nu steken hun problemen éxtra de kop op. Dat kan angst zijn, depressieve of sombere gevoelens, eenzaamheid, problemen met ouders, je overspoeld voelen, de controle kwijt zijn, meer ruzie in het gezin. Jongeren hebben behoefte aan houvast, aan perspectief, en beiden ontbreken nu een beetje. Ik luister en leg uit dat het normaal is dat ze zich zo voelen in deze tijd. Dat normaliseren is belangrijk. We moeten allemaal onze weg vinden in deze rare tijd, hebben er allemaal moeite mee, in meer of mindere mate.’ Daarnaast probeert ze de jongeren weer structuur en perspectief te geven. ‘Vooral jongeren in hun eindexamenjaar worstelen daar mee: ze wilden een tussenjaar gaan doen door bijvoorbeeld te gaan reizen of in de horeca te gaan werken, maar beiden kunnen waarschijnlijk niet. Ik stimuleer ze om te gaan sporten, een structuur in hun dag aan te brengen.’

Uitzondering voelen


De ene dag die jongeren nu naar het voortgezet onderwijs mogen, zet volgens Nooitgedagt weinig zoden aan de dijk qua structuur. ‘Veel van mijn cliënten zijn kwetsbaar en mogen dus wel naar school, maar daar voelen ze zich dan weer een uitzondering. En eindexamenkandidaten mogen ook, maar die vinden het ook niet alles mét mondkapje en zónder drukte in de school.’ Als alle scholen op termijn weer helemaal open mogen, voorziet Nooitgedagt een hausse van verwijzingen van schoolpsychologen. ‘Want dan zien ze de leerlingen weer en ontdekken ze moeilijkheden.’ Ze is blij dat het onderwijs €8,5 miljard krijgt om achterstanden in te lopen. ‘Ik hoop dat er ook aandacht is voor de psychische gevolgen, dat scholen goed met ons samenwerken en ons inschakelen waar nodig. Scholen kunnen niet alles zelf en dat hóeft ook niet. We moeten sámen kijken of het wel goed gaat met deze generatie en of ze niet jarenlang in de knel blijven zitten.’

'Jongeren hebben behoefte aan houvast, aan perspectief, en beiden ontbreken nu een beetje. Ik luister en leg uit dat het normaal is dat ze zich zo voelen in deze tijd'

Maud Nooitgedagt, psycholoog

Crisisplekken vol


Kinder-, jeugd- en schoolpsycholoog Odeth Bloemberg ziet in de cijfers, verzameld door het Nederlands Jeugdinstituut, dat jongeren ‘zich minder goed voelen’ dan voor de coronacrisis. ‘Ze ervaren meer stress, zijn eenzamer, missen het contact, zijn wat angstiger, vermoeider en chagrijniger. Het aantal jongeren dat daar last van heeft, stijgt naarmate de crisis of lockdown langer duurt. De Kindertelefoon merkt bijvoorbeeld dat de gesprekken meer dan voorheen gaan over eenzaamheid en somberheid.’ Ze wijst erop dat de crisisplekken in de jeugd GGZ vol zitten. ‘Dan gaat het echt om depressies, suïcidale gedachten, eetstoornissen. Deze jongeren hadden al problemen, maar de coronacrisis verergert die. Maar ook over de signalen van somberheid, demotivatie, ruzie thuis maken we ons zorgen. Vooral in gezinnen waar al moeilijkheden waren, hebben jongeren het moeilijk.’

Groot effect


Bloemberg vindt het belangrijk dat jongeren te horen krijgen dat hun reactie normaal is. ‘We zitten met z’n allen, als normale mensen, in een niet normale situatie. Het is heel menselijk dat je daar op reageert. Het is heel belangrijk dat onderwijspersoneel een steunende context organiseert: een omgeving waar je steun ervaart. Laat als docent voelen en merken dat je er bént voor de leerlingen en studenten, dat je beschikbaar bent. Als de scholen open zijn of gaan, sta bij de deur en begroet elke leerling persoonlijk en vraag hoe het gaat. Dat kan ook online, check even iedereen in, vraag hoe het met ze is. Dat is een kleine interventie met een groot effect.’
Docenten hoeven geen moeilijke gesprekken te voeren, dat kunnen ze aan andere professionals overlaten, zegt Bloemberg. ‘Wel kunnen ze signaleren. Zit een leerling steeds minder achter het scherm of laat ie altijd zijn camera uit en maak je je daar zorgen over? Meld het in de zorgstructuur op school, maak daar gebruik van.’

Veerkracht


Een werkgroep van schoolpsychologen denkt ook mee over het Nationaal Programma Onderwijs van Slob en Van Engelshoven. Bloemberg: ‘Wij geven aan dat er naast aandacht voor de cognitieve achterstand of vertraging, ook aandacht moet zijn voor het welbevinden van jongeren. Dat moet hand in hand gaan. Leer leerlingen omgaan met tegenslagen, maak ze veerkrachtig. En behoud de goede dingen uit de lockdown. Ik werk als schoolpsycholoog voor 26 speciale scholen en ik merk daar dat het nu een stuk makkelijker is om gesprekken tussen ouders, docent en zorg te organiseren, omdat het digitaal kan. En dat ouders door het thuiswerken van hun kind ook beter weten wat er op school allemaal gebeurt en waar hun kind mee bezig is. Die grotere betrokkenheid en makkelijker contact wil ik behouden.’ En dan heeft ze nog een verzuchting: ‘Laten we oppassen het te hebben over termen als “verloren generatie” of “coronageneratie”. Dat werkt demotiverend voor jongeren, want waarom zouden ze iets aan school doen als ze toch al verloren zijn?’

'Laat als docent voelen en merken dat je er bént voor de leerlingen en studenten, dat je beschikbaar bent'

Odeth Bloemberg, schoolpsycholoog

Binding


Ook eerstejaars studenten op de Haagse Hogeschool hebben het mentaal niet makkelijk, merkt studieloopbaanbegeleider Charina Ori. Over haar mentorklas met 28 eerstejaars studenten Finance & Control vertelt ze: ‘Ze hebben eigenlijk maar twee maanden fysiek les gehad dit schooljaar en dan ook nog opgesplitst in drie groepen vanwege de 1,5 meter-regel. We hebben in die tijd gewerkt aan binding, maar net toen we de groepen wilden mixen, kwam de tweede lockdown. Studenten hebben elkaar dus nog niet eens allemaal in real life ontmoet. Dat is gek hoor! En lastig om dan voor binding te zorgen. Sowieso zijn eerstejaars al zoekende, net begonnen aan een studie, maar nu helemaal. Ik krijg regelmatig de vraag wanneer de fysieke lessen weer beginnen.’

In bed blijven

Sommige studenten geven bij Ori aan dat ze zich eenzaam of depressief voelen in deze tijd. ‘Online lessen zijn natuurlijk erg zenden zenden zenden. Er zijn jongeren die geen laptop meer kunnen zien en dan eerlijk aan mij schrijven: “Ik heb wel eens dat ik een paar dagen de laptop niet meer kán openen en gewoon in bed blijf liggen.” Daar maak ik me wel zorgen over ja.’ Ori spreekt één op één met studenten, maar ook in groepjes, om de sociale interactie te stimuleren. Ze hoopt dat met het herstelplan van Slob en Van Engelshoven meer ruimte komt voor 1-op-1-begeleiding, ook voor derdejaars die worstelen met het vinden van een stageplek, en voor vierdejaars die tegen het einde van hun studie aanzitten.

‘Hou vol!’


Ondertussen biedt de hogeschool van alles aan om studenten te ondersteunen: studentpsychologen, koffiemomentjes met de teamleider, een webpagina met steuntjes in de rug en doorverwijsmogelijkheden en zelfs een well-being week met anti-pieker-workshops en een vriendenmaakspel. ‘Heel leuk allemaal’, zegt Ori, ‘maar het haalt het natuurlijk niet bij fysiek onderwijs. Maar ik zie ook mooie dingen gebeuren, bijvoorbeeld in de klassenappgroep: ‘Ja, daar steunen studenten elkaar ook onderling. “Kom nou maar wel naar die les!”, “Hier heb je de Teams-link” en “Hou vol!” Dat vind ik echt top!’

Illustratie Susi Bikle