CNV begeleidt van vraagstuk naar oplossing

Is jullie school toe aan een Onderwijs Boost?


Heeft jullie school een vraagstuk over inclusief onderwijs, waarbij je wel wat hulp kunt gebruiken? Begeleiding, een frisse blik van buiten én creatieve input? CNV biedt (kosteloos) de Onderwijs Boost aan. Dit is een traject waarbij innovatiebegeleiders, afkomstig uit het onderwijs, de school in vijf bijeenkomsten van probleem naar concrete oplossing coachen.

Eerder gepubliceerd in SchoolLeidend NL #4 2022

De CNV Onderwijs Boost is een bottom-up, energiek en creatief innovatietraject, vertelt Rosan Derkx, een van de innovatiebegeleiders. “Het traject duurt vier maanden, waarin we uitvoerbare oplossingen vinden voor uitdagingen binnen de school of de onderwijsinstelling. Scholen die graag willen innoveren, maar daar lastig handen en voeten aan kunnen geven, willen we hiermee ondersteuning bieden.”
Het gaat om een nieuw initiatief van CNV. “Scholen kunnen zich deze eerste keer gratis opgeven. Voorwaarde is dat zij een vraagstuk indienen, waarmee ze serieus aan de slag willen en waarin ze tijd willen investeren. Verder is het belangrijk dat de opdrachtgever openstaat voor een nieuwe kijk en creatieve oplossingen, samen met de andere deelnemers. Binnen zo’n cultuur gedijt een innovatietraject het beste.”
Het thema inclusief onderwijs is heel breed, zegt ze. “Daarbij kun je denken aan alles wat onder passend onderwijs valt. Hoe geef je onderwijs op maat aan een hoogbegaafd kind, hoe stel je het aanbod samen voor vluchtelingen, hoe begeleid je thuiszitters weer naar school? Al dat soort probleemstellingen kunnen worden ingediend.”

Intakegesprek

Tijdens het innovatietraject krijgt de school twee begeleiders toegewezen. “Een belangrijke beginstap is het intakegesprek met de opdrachtgever, zoals de schoolleider of onderwijscoördinator. Tijdens dat gesprek brengen we het dilemma zo helder mogelijk in kaart en spreken we de verwachtingen over en weer duidelijk door.”

Een volgende stap is het samenstellen van de groep die zich gaat bezighouden met het vraagstuk. Dat team bestaat uit mensen binnen de school, die dichtbij het onderwerp staan. Samen met hen worden door de innovatiebegeleiders onder meer brainstormsessies georganiseerd om een oplossing te bedenken voor de probleemstelling.

“Door op deze manier mensen uit een organisatie bij elkaar te brengen, die verbonden zijn met het onderwerp, ontstaan er ideeën van onderaf waar al energie inzit en die zijn gewoon heel waardevol”, weet Derkx.

Kansen en mogelijkheden

De innovatiebegeleiders, opgeleid volgens de methode Ynnovate, zetten tijdens de brainstormsessies technieken in om de juiste sfeer te creëren. “We willen bereiken dat mensen gaan denken in kansen en mogelijkheden en loskomen uit hun vaste patronen en beperkende gedachten.” Het is daarbij belangrijk dat de aanwezigen zich durven openstellen en zich vrij voelen. “We besteden veel aandacht aan het creëren van een veilige setting, waarin iedereen zich op zijn gemak voelt.” De bedoeling is dat de deelnemers zoveel mogelijk ideeën spuien, en zich vooral niet inhouden. “Uit eigen ervaring weet ik dat mensen al snel geneigd zijn te denken dat hun ingevingen niet goed genoeg zijn. Ze keuren hun hersenspinsels bij voorbaat af, omdat die bijvoorbeeld nog te abstract zijn of te veel out-of-the-box, dan wel te weinig. Wij moedigen deelnemers juist aan toch alles in de groep te gooien. Onze ervaring is namelijk dat van het een het ander komt. Door verder te borduren op de input van anderen, kunnen uiteindelijk hele goede concepten ontstaan. Geen idee is fout, zeg ik dan ook altijd.”

Uitvoering

Bijzonder is dat behalve de groep interne mensen ook externen, zelfs van buiten de onderwijssector, deelnemen aan het proces. “Dat zorgt voor de frisse blik en geeft de creativiteit een nog grotere boost.” Verder wordt de school of organisatie breed betrokken: naast het ontwikkelteam zijn er ook sessies met stakeholders. Het traject begint met een probleemverkenning en een brainstorm, waaruit een prototype komt dat het ontwikkelteam vervolgens tijdens een test- en experimenteerdag voorlegt aan een panel. Aan de hand van de feedback optimaliseert het team het idee verder tot een eindconcept. Als dat is fijn geslepen, volgt een actiesessie, waarbij een start wordt gemaakt met de daadwerkelijke uitvoering.

“Het is dus heel concreet allemaal. In korte tijd kom je als school van een dilemma tot aanpak en zelfs tot de realisatie.” De kans dat het idee in een la verdwijnt, is daarmee klein. "Dat maakt het traject zo mooi”, aldus Derkx. Ook van toegevoegde waarde is de presentatie van de ideeën en opbrengsten van de andere deelnemende organisaties aan de hele groep. “Scholen krijgen daarmee niet alleen de oplossing mee voor het eigen dilemma, maar ook voor andere, vaak herkenbare vraagstukken.”

In korte tijd kom je als school van een dilemma tot aanpak en zelfs tot de realisatie

Rosan Derkx

Bottom-up

Een groot pluspunt van het innovatietraject is volgens Derkx dat het bottom-up gebeurt. Kenmerk daarvan is dat vanuit een vraagstuk wordt gestart en niet vanuit een idee, legt ze uit. “Een idee is al gevormd, het is lastiger anderen daarin mee te krijgen en het tot iets gemeenschappelijks te maken.”

Ze vervolgt: “Stel je hebt een plan over een andere manier van vergaderen, dat je aan je team voorlegt. Er zullen dan misschien een paar mensen zijn die enthousiast reageren, maar een aantal zal er vraagtekens bij plaatsen of zelfs geen enkele interesse tonen.” Het is anders als collega’s allemaal hetzelfde probleem ervaren, bijvoorbeeld dat vergaderingen steeds te lang duren. “Als je daar overeenstemming over kunt bereiken, zullen mensen eerder geneigd zijn om een oplossing voor het probleem te willen zoeken. Wanneer je de groep dan ideeën laat aandragen voor de oplossing, creëer je niet alleen steun, maar is de kans ook groter dat je tot een beter, doordachter, plan komt.”

Heel energiek

Derkx kijkt er naar uit om straks aan de start te gaan op een school met het traject. Ze doet het werk naast haar baan op basisschool De Meulebeek in Oostrum, waar ze voor 50 procent van de tijd adjunct-directeur is en de andere vijftig procent leerkracht. Ze heeft daarmee het beste uit twee werelden, zegt ze. “Voor de klas staan en met kinderen werken, is het mooiste wat er is. Tegelijkertijd heb ik als schoolleider de kans om het beleid te verbeteren en daarmee de kwaliteit van onderwijs.” De rol van innovatiebegeleider ligt haar goed. “Ik houd van vernieuwing en vind het leuk om gelijkgestemden daarbij te ondersteunen. Tijdens zo’n traject komt er altijd veel positieve en creatieve energie vrij. Ik kom er dan ook altijd heel geïnspireerd vandaan. Verder vind ik het belangrijk om verder te kijken dan de muren van mijn eigen school en stichting. Daar leer ik van.”