'Ik lever een bijdrage aan de maatschappij. Dat voelt goed'

Zorgprofessionals trots op hun niet altijd op waarde geschatte werk

Tijdens corona bleek hoe belangrijk ze zijn: de straatvegers, toezichthouders, brandweermannen en -vrouwen en nog vele anderen. Vaak blijft waardering voor hun werk echter uit. Waar doen deze mensen het voor? Zijn ze trots op hun werk en waar halen ze de motivatie vandaan. Vijf publieke professionals aan het woord.

Bas van Megen (27), projectcoördinator in de uitvoeringsfase bij TenneT

‘Zonder hoogspanningsnet ook geen stroom’

Om elektriciteit bij je huis te krijgen is als basis hoogspanning nodig. Bij het hoogspanningsnet TenneT regel ik alle interne zaken tussen de bouwleiders en de aannemers. Zonder hoogspanningsnet is er geen stroom of transport van stroom mogelijk, dus het werk is heel nodig. In Nederland zitten we tegen maximale capaciteit aan, waardoor zonneparken niet meer maximaal werken of aangesloten kunnen worden. Mijn afdeling is verantwoordelijk voor het toekomstproof maken van deze verbindingen en ze te ontlasten door ze te verzwaren in ampères. Het lijkt mij wel wat om zelf in zo’n hoogspanningsmast te klimmen, maar daar zou ik eerst nog een aantal certificaten voor moeten halen. Onlangs hebben wij een project in zeven maanden afgerond, terwijl er elf maanden voor waren gerekend. Daar ben ik trots op. Onze afdeling is gegroeid van zo’n zestien man naar vijftig medewerkers. Met al deze nieuwe mensen hebben we al zoveel kunnen neerzetten. Dat is best wel knap. Dat is ook de sfeer die er heerst, dat we het samen doen. Door mijn werk kan ik een bijdrage leveren aan de maatschappij. Dat voelt goed.’

foto: Angeline Swinkels. Foto bovenaan het artikel: Anne van der Woude

Tineke Dijkstra (42), toezichthouder zwembaden/badinrichtingen bij Fryske Utfieringstsjinst Miljeu en Omjouwing (FUMO)

‘Het gaat wel om de volksgezondheid’

‘Ik doe de controles bij zwembaden. Dan ga ik na of het schoon is, of het veilig is en of het water onderzocht wordt. Maar ook of het toezicht goed geregeld is. Ook controleren wij de officiële zwemstranden. Dan kijken we of de bodem stevig genoeg is, hoe diep het is, of het schoon is en of alles aanwezig is zoals toiletten en prullenbakken. Als er uit onderzoek blijkt dat er ergens blauwalg is dan nemen wij de maatregelen er omheen. Dan wordt er onder andere zo’n verbodsbord geplaatst. Wat ik doe draait om volksgezondheid. Door ons werk worden mensen niet ziek vanwege verminderde waterkwaliteit. En kunnen ongelukken voorkomen worden doordat wij te gladde vloeren of scherpe randen of uitsteeksels opmerken. Dat kan vrij snel opgelost worden, maar valt voor eigenaren van zwembaden niet direct op. Die zijn dan ook vaak blij dat wij langskomen. Het is altijd fijn als wij aanmerkingen hebben waar meteen wat mee wordt gedaan. Dan doe je het toch ergens voor. Op www.zwemwater.nl vind je op welke stranden het momenteel veilig is om te zwemmen.’

foto: Arie Kievit

Ed van der Velde (65), rijdt op veegauto bij Reinis in Spijkenisse

‘Ik krijg wel eens de middelvinger tijdens mijn werk’

Vijftien jaar geleden ben ik begonnen met rijden op de veegauto door Spijkenisse heen. Mijn werk is heel belangrijk. Als er niet meer wordt geveegd, verarmt het straatbeeld en groeit binnen de kortste keren het onkruid tot aan de dakgoot. Tijdens de herfst vegen we soms wel acht tot negen vrachten met blad op een dag. Ik kom veel in contact met men - sen. Ze vragen wel eens of ik ook achter hun auto wil vegen als ze die weghalen. Dat vind ik nooit zo’n probleem. Maar soms als ik op een doorgaande weg bezig ben dan zitten ze ’s ochtends te stressen achter mij, omdat ze te laat komen voor werk. Zodra ik de kans heb om aan de kant te gaan doe ik dat. Ik krijg dan wel eens de bekende middelvinger. Ik lach er meestal om en steek mijn duim in de lucht. Ik doe mijn werk met plezier. Ik krijg ook altijd te horen op mijn beoordelingsgesprek dat ik het goed doe. Helaas zit daar vervolgens geen loonsverhoging bij, omdat ik volgens hen aan mijn top zit.’

foto: Martin Mooij

Robert Stein (47), bedrijfsvoerder/operator, waterbedrijf PWN

‘Continu water produceren op warme dagen is flinke klus’

Met twintig man in de regio verzorgen we het drinkwater van Texel tot en met Laren. Als bedrijfsvoerder zorg ik dat het hele reilen en zeilen van de productie van het drinkwater goed gaat. Mijn werk is heel divers. Zo moet ik nagaan dat het drinkwater aan bepaalde voorwaarden voldoet, installaties moeten goed functioneren en er moet dag en nacht geproduceerd worden zodat klanten altijd toegang hebben tot schoon drinkwater. Als er ergens een grote lekkage is dan kunnen we schakelen met ons distributienet zodat we extra water hebben. Gelukkig kunnen we altijd ingrijpen, omdat er constant een bedrijfsvoerder op locatie is. Als het warm is en er meer water wordt gebruikt, zijn het drukke dagen voor ons. Mensen gaan dan toch meer hun tuintjes sproeien of vullen zwembadjes. Gelukkig is er nooit een tekort en hebben we altijd een watervoorraad achter de hand. Ik ben trots als we het op zo’n warme zomerdag toch maar mooi voor elkaar hebben gekregen om continu water te blijven produceren. We maken een prachtig product, dat ook nog een eerste levensbehoefte is.’

foto: Eric Brinkhorst

Tanja Guyken (46), hoofdofficier van dienst bij brandweer Twente/leider CoPi (Commando Plaats Incident)

‘Ik zorg dat eerstehulpverleners direct hun werk kunnen doen’

'Bij zeer grote incidenten met impact in de omgeving, word ik opgeroepen. Mijn rol als Hoofd Officier van Dienst is het aansturen van de brandweerinzet ter plaatse. Als Leider CoPI stuur ik alle diensten aan en ben ik verantwoordelijk voor de totale inzet. Naast de inhoudelijke aansturing vang ik een aantal zaken op zodat de eerste hulpverleners hun werk kunnen doen. Zoals eigenaren die overstuur zijn en vragen hebben, zorgen voor voldoende materieel, materiaal en ondersteuning ter plaatse, opvangen van de burgemeester en het te woord staan van de pers. Een paar jaar geleden was er een afvalverwerker waar heel grote afvalbulten in brand stonden. Toen moesten we de brandweerinzet uitvoeren in samenwerking met blushelikopters van Defensie. Die heb ik uiteindelijk twee dagen laten vliegen om de brand uit te krijgen. Vorig jaar was er een incident met een kruisboog waarmee iemand op mensen aan het schieten was. Bij dit incident was het politieproces leidend. Mijn functie is van belang, omdat de eerste hulpverleners zich vervolgens kunnen focussen op hun taak. Dat is mijn toegevoegde waarde. We hebben elkaar nodig.’