Al het nieuws

Marcel Canoy in gesprek met Peter Achterberg

De Bulgarenfraude, de Toeslagenaffaire, het sneuvelen van theaterstuk Het Pauperparadijs en het lerarentekort: het zijn allerlei problemen, groot en klein, waarin de menselijke maat mist. Cultureel socioloog Peter Achterberg en econoom Marcel Canoy buigen zich erover.

‘Elke organisatie en toezichthouder moet een plan maken hoe de menselijke maat weer voorop moet komen te staan’, aldus demissionair premier Mark Rutte begin mei 2021 in Nieuwsuur.

Maar wat is die menselijke maat volgens jullie?

Canoy: ‘De menselijke maat betekent dat de besluiten van bijvoorbeeld een UWV, Sociale Verzekeringsbank of Belastingdienst niet uitsluitend tot stand komen door het aanzetten van één of ander algoritme, of een computerprogramma. Maar, indien daar redenen voor zijn, rekening wordt gehouden met de context waarin een burger zit. Voor de meeste situaties zijn computerbestuurde programma’s prima. Want ja, we kunnen niet bij álle besluiten die we nemen, iemands levensverhaal aanhoren. Maar er zijn veel besluiten waarin dat wel belangrijk is. Dus er moet een soort systeem komen waarmee een organisatie toch, waar het nodig is, maatwerk kan leveren.’ Achterberg: ‘Mensen komen gewoon in de verdrukking als gevolg van die abstracte systemen. Dat kunnen algoritmen zijn, maar dat kunnen ook regelingen vanuit de overheid of je werk zijn, waarbij het ze onmogelijk wordt gemaakt om zelfstandig keuzes te maken of om te doen wat zij denken dat goed is. Dus dat alle autonomie wordt weggeslagen. Waarbij mensen geen kant meer op kunnen.’

Canoy: ‘Veel regels of wetten zijn gebaseerd op gemiddelden, dat is ook logisch. We weten dat de uitkomsten van die regels of wetten gemiddeld gezien ook goed zijn. Maar het kan goed zijn dat het voor specifieke mensen heel onrechtvaardig uitpakt. Dat ze sterk benadeeld worden, omdat ze geen gemiddeld profiel hebben. Dan moet een uitvoerder in staat worden gesteld om het anders te kunnen doen, omdat de uitkomsten anders heel onredelijk zijn.’

Wanneer is zo’n systeem dan onredelijk?

Canoy: ‘Nou ja, de hele Toeslagenaffaire is natuurlijk het ultieme voorbeeld daarvan.’ Achterberg: ‘Daar werkten niet alleen die algoritmen tegen de mensen, maar je zag dat ze tot aan de Raad van State toe werden omsingeld door systemen en geen kant op konden. Dat is iets groters dan die algoritmes, denk ik. Ik las laatst over het theaterstuk Het Pauperparadijs, dat vind ik ook een mooi voorbeeld. Dat zijn gewoon theatermakers die één of ander stuk willen opvoeren in Drenthe. Maar dan blijkt dat er allerlei stikstofregels zijn, waardoor het ineens onmogelijk wordt om dat te doen. Iedereen wil het, zelfs mensen uit de Provinciale Staten van Drenthe, maar door allerlei regels en systemen kan deze miniscule stikstofuitstoot niet aan de kant worden gezet. Hier zijn de middelen centraal gesteld, waar het doel centraal had moeten staan.’ ‘Nog een voorbeeld, over Surinaamse leerkrachten. We hebben een leerkrachtentekort van hier tot Tokio in Nederland. We weten gewoon niet waar we ze vandaan moeten halen. Je moet ze niet uit de EU halen, want die kunnen geen Nederlands. Surinaamse leerkrachten zijn perfect. Zij beheersen alle stof die wij ook moeten hebben, spreken Nederlands en zijn gekwalificeerd. Maar ze komen niet uit de EU. En dan gaat het niet. Dus we kunnen wel Tsjechische leerkrachten vragen, want die komen uit de EU, maar niet de Surinaamse. Dat is toch vreemd?’

Peter Achterberg is hoogleraar sociologie aan Tilburg University (foto: Hans Kouwenhoven), Marcel Canoy (foto bovenaan) is hoogleraar gezondheidseconomie aan de Vrije Universiteit (foto: Evert Elzinga) in Amsterdam Peter Achterberg is hoogleraar sociologie aan Tilburg University

De regels zijn dus te dichtgemetseld?

Canoy: ‘Nee, dat is een grote misvatting. Waar Peter naartoe wil, is dat er wordt gedacht vanuit de regels. Waar we naartoe moeten, is denken vanuit maatschappelijke uitkomsten. Een van de maatschappelijke uitkomsten die we willen, is dat we voldoende leerkrachten hebben. Dan kijken we vervolgens: hoe gaan we dit in het systeem regelen? Mensen denken vaak vanuit de regels, waardoor er snel wordt gezegd dat iets niet mag. Als je andersom denkt, vanuit het doel, dan blijkt er ineens veel meer te kunnen dan je in eerste instantie zou denken.’

Waarom is die menselijke maat dan zo moeilijk te hanteren?

Canoy: ‘We zien eigenlijk drie valkuilen: de overheid trekt bovengemiddeld veel risicomijdende mensen aan – terwijl ambtenaren juist meer zélf afwegingen moeten maken, maar dat vinden ze eng. Daarnaast slaan de besparingen vaak elders neer dan waar de investeringen zijn gedaan, terwijl de financiering de menselijke maat niet mag bijten. Tot slot moeten we leren accepteren dat fouten maken erbij hoort. Daar zijn organisaties bang voor, waardoor ze verkrampt het systeem blijven volgen.’

Zijn we de menselijke maat verloren?

Achterberg: ‘Er zijn zat voorbeelden waarin we het zijn verloren, maar in zijn algemeenheid zijn we het niet verloren. Het is niet alsof al die voorbeelden gemiddeld zijn voor Nederland. Er zijn gewoon mensen die er ontzettende last van hebben en er zijn er die prima functioneren in het systeem. Als je uit gaat van het gemiddelde, dan hebben gemiddelde mensen helemaal geen problemen. Maar als je daar niet in past, dan ben je de klos.’

Geven jullie dit ook mee aan jullie studenten? Dat zitten mensen tussen die straks misschien voor eerder genoemde organisaties gaan werken?

Canoy: ‘Ik geef geen colleges menselijke maat. Dat vervlecht je in de lesstof. Dat hele gedachtegoed, dat regels geen substituut voor nadenken zijn, neem ik wel mee in mijn colleges.’

Achterberg: ‘Bij mij ook. De hele sociologie is gericht op de menselijke maat, zou je kunnen zeggen.’

Wat hopen jullie dat er in de toekomst als eerste zal gebeuren qua menselijk maat?

Canoy: ‘Het gaat er uiteindelijk om dat we maatschappelijk gezien moeten besluiten wat het is en wat het betekent. Elke organisatie moet daarmee aan de slag. Dat ze voor zichzelf bedenken: wat moeten we ermee? Want wat het voor de Belastingdienst betekent, is iets heel anders dan voor een zorgverzekeraar of de ACM (Autoriteit Consument & Markt, red,). Ik zou al tevreden zijn als die discussie gaande is bij organisaties en ik weet dat dat zo is. Het maatschappelijke debat hierover moet blijven bestaan, om zo een cultuur te creëren waarin de menselijke maat vanzelfsprekend wordt. Maar we zijn er nog lang niet.’ Achterberg: ‘Volgens mij is het besef er inmiddels wel dat er wat moet gebeuren, maar is er naar handelen nog het grootste struikelpunt. Ik denk: ga gewoon maar wat doen, maak eventueel fouten. Maar dan gebeurt er tenminste wat. Want dat is nodig.’