Pensioen

Wat is de ingangsdatum van het ouderdomspensioen?

Bij pensioen moet je onderscheid maken tussen de AOW en het aanvullende pensioen. De AOW is een volksverzekering. De datum waarop je recht krijgt op AOW schuift op naarmate we langer leven. Het idee daarachter is dat zo iedereen ongeveer even lang AOW krijgt. En dat de AOW betaalbaar blijft. Als werknemer betaal je 17,9% AOW premie over je salaris tot maximaal € 34.300,- (2019). Bij het pensioenakkoord van 2019 hebben CNV en de andere bonden bedongen dat de AOW leeftijd de komende jaren minder hard stijgt. Het aanvullende ouderdomspensioen is het pensioen dat je als werknemer opbouwt. De inhoud en de kosten van de pensioenregeling worden afgesproken aan de cao-tafel. Veranderingen in de regeling worden eveneens door bonden en werkgever(s) afgesproken. Werkgever en werknemer betalen voor dit aanvullende pensioen een premie. Het pensioenfonds voert de regeling uit. In veel gevallen kun je binnen bepaalde grenzen zelf je pensioenleeftijd voor dit aanvullende pensioen bepalen. Bij het opbouwen van je pensioen hanteert het pensioenfonds wel een zogenaamde pensioenrichtleeftijd. Dit is de leeftijd waarop het aanvullende pensioen geacht wordt in te gaan. Je kunt echter je aanvullende pensioen vervroegen of uitstellen. Bij vervroegen wordt je pensioen lager, bij uitstellen hoger. Per saldo blijft het pensioen daardoor gelijkwaardig. Kijk voor meer informatie op de website van je pensioenfonds.

Ik heb in het verleden in verschillende sectoren gewerkt. Over drie maanden ga ik met pensioen. Krijg ik van al die dienstverbanden afzonderlijk pensioen?

Als je van werk wisselt, kun je je opgebouwde pensioen overdragen aan het pensioenfonds van je nieuwe werkgever. Zo niet, dan krijg je van ieder pensioenfonds afzonderlijk het daar opgebouwde pensioenrecht uitgekeerd. Zie voor meer informatie https://www.mijnpensioenoverzicht.nl/

Moet ik pensioen opnemen als ik werkloos word?

Meestal niet, maar in sommige gevallen kan het verstandig zijn om een deel van je pensioen al in te laten gaan als je op oudere leeftijd met werkloosheid te maken krijgt. Je kunt bij sommige pensioenfondsen een deel van je pensioenrechten kwijtraken als je dit niet doet. Neem voordat je te maken krijgt met werkloosheid contact op met CNV, zodat we je een persoonlijk advies kunnen geven.

Wat is pensioenbreuk?

Een pensioenbreuk of pensioengat is een hiaat in de opbouw van het aanvullend pensioen. Dit is het pensioen dat je als werknemer jaarlijks opbouwt. Als je overstapt naar een andere werkgever met een andere pensioenregeling kan er een tekort ontstaan in de pensioenopbouw. Je opgebouwde pensioen kan verplicht of vrijwillig worden overgedragen naar de pensioenregeling van je nieuwe werkgever. Dit heet waardeoverdracht. Als je nieuwe werkgever bij hetzelfde pensioenfonds is aangesloten verandert er natuurlijk niets. Je kunt ook met een pensioenbreuk te maken krijgen bij werkloosheid of langdurige arbeidsongeschiktheid. Of bij het opnemen van onbetaald verlof. Laat je bij veranderingen dus informeren over de pensioengevolgen.

Een pensioengat is ook mogelijk in de AOW. Bijvoorbeeld als je een aantal jaren in het buitenland hebt gewoond. Zie voor meer informatie https://www.svb.nl/int/nl/aio/wanneer_bijstand/wat_is_bijstand/

Kan ik de werkgever verplichten om mij in dienst te houden als ik mijn AOW leeftijd heb bereikt?

Of je arbeidsrelatie eindigt op de AOW-datum kun je terugvinden in je cao of arbeidscontract. Als er niets is geregeld, kan de werkgever de arbeidsovereenkomst opzeggen wegens het bereiken van de AOW-leeftijd. Er volgt dan geen toets door UWV of de rechter. Er gelden nog meer aparte regels. Zo bedraagt de opzegtermijn na de AOW leeftijd één maand en is er geen recht op een transitievergoeding. Je kunt op twee verschillende manieren in dienst blijven. De werkgever kan je eerst ontslaan en je daarna weer in dienst nemen voor – bijvoorbeeld – een beperkt aantal uren. Of je kunt met de werkgever overeenkomen niet uit dienst te treden bij het bereiken van de AOW leeftijd. Let wel op de gevolgen voor je pensioen.

Hoe zit het met het pensioen bij ziekte en arbeidsongeschiktheid?

Het maakt verschil of je ziek bent of dat je door UWV gekeurd bent en geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt bent verklaard.

De cao en de pensioenregeling bevatten de regels die gelden bij ziekte of arbeidsongeschiktheid. Bij het pensioenfonds ABP (o.a. overheid, onderwijs, energie en waterbedrijven) is geregeld dat je in het eerste en tweede jaar van ziekte gewoon pensioen opbouwt. Bij PFZW (zorg en welzijnssectoren) staan de regels over pensioenopbouw in de cao. Er kan hier in het tweede ziektejaar bij minder loon ook sprake zijn van minder pensioenopbouw. Je kunt als werknemer dan weer kiezen voor vrijwillige voortzetting van de pensioenopbouw over je oude salaris.

Als je arbeidsongeschikt bent, kun je recht hebben op een arbeidsongeschiktheidspensioen dat een WIA uitkering aanvult. En je kunt recht hebben op een gedeeltelijke, premievrije voorzetting van de pensioenopbouw. Kortom, laat je informeren over de specifieke pensioengevolgen bij ziekte en arbeidsongeschiktheid.

Wat is het pensioenakkoord?

Sinds de crisis van 2008 is duidelijk geworden hoe kwetsbaar pensioenfondsen zijn. Indexeren van de pensioenen zodat die meestijgen met de gestegen prijzen is nauwelijks nog mogelijk. Daarnaast is er sprake van ontgroening en vergrijzing waardoor het aandeel van de werkende bevolking afneemt en het aantal gepensioneerden stijgt. Bovendien zien veel deelnemers aan pensioenregelingen niet waarom er niet geïndexeerd kan worden. Of waarom de pensioenen zelfs gekort moeten worden terwijl het pensioenvermogen alleen maar stijgt. Tenslotte sluit het pensioenstelsel dat we hebben minder goed aan op de veranderingen op de arbeidsmarkt. Werknemers veranderen sneller van baan, werken zonder vast dienstverband of werken een poos niet. En ook bedrijven en sectoren veranderen sneller.

In juni 2019 sloten de vakbonden, werkgevers en het kabinet een pensioenakkoord. Dit akkoord bevat een aanzet om tot een ander soort pensioenregeling te komen. Dit deel van het akkoord moet de komende jaren worden uitgewerkt. Daarnaast zijn er mogelijkheden afgesproken om langer doorwerken mogelijk te maken. En als derde is de verhoging van de AOW leeftijd vertraagd. Daardoor wordt het beter mogelijk voor werknemers om de AOW op een goede manier werkend te halen.

Hoe weet ik of ik later genoeg heb aan mijn pensioen?

Hiervoor zijn twee dingen van belang. Hoeveel pensioen krijg je waarschijnlijk? Hiervoor kun je bij je pensioenfonds terecht. Je krijgt jaarlijks een overzicht van het pensioen dat je hebt en het pensioen dat je nog erbij krijgt als je tot je AOW blijft werken. Bij pensioenfondsen als ABP en PFZW kun je op elk moment inloggen en kijken wat je hebt opgebouwd en hoeveel pensioen je krijgt bij elke gewenste pensioenleeftijd. Als je nog andere pensioenen hebt, kun je die opsporen via https://www.mijnpensioenoverzicht.nl/.

Daarnaast moet je bepalen hoeveel pensioen je denkt nodig te hebben. Iemand die na pensionering wil gaan reizen heeft doorgaans meer nodig dan iemand die zich op zijn tuin wil storten.

Als je tot de conclusie bent gekomen dat je meer pensioen nodig hebt, kun je mogelijk via je pensioenfonds of anders via een bank of verzekeraar aanvullende pensioenproducten kopen. Je kunt ook in eigen beheer, door middel van spaargeld of effecten, een vermogen opbouwen dat als ‘buffer’ voor de periode aan het eind van uw werkzame leven kan dienen.

Gaat de pensioenopbouw door tijdens onbetaald verlof?

Als je onbetaald verlof neemt, daalt het inkomen. Dit kan gevolgen hebben voor uitkeringen, pensioen en vakantiedagen. Voor de precieze gevolgen is van belang wat er is afgesproken in de cao en in de pensioenregeling. Daarnaast kun je mogelijk individuele afspraken maken waarbij de werkgever premie betaalt voor de voortzetting van de pensioenopbouw. Neem indien nodig contact op met de bond voor advies.

Is er door de pensioenfondsen niet veel te riskant belegd?

Op dit moment is er geen aanleiding te veronderstellen dat de pensioenfondsen zelf schuld dragen voor de tekorten. Per pensioenfonds wordt met hulp van deskundigen een afgewogen mix bepaald van beleggingen in aandelen, obligaties en vastgoed. En er wordt voor de langere termijn bepaald op welk rendement men wil uitkomen. Over het gevoerde beleid legt het pensioenfonds verantwoording af. Sommige gevolgen zijn onvermijdelijk. Als het niet goed gaat met de beurzen, voelen de pensioenfondsen dat. Andersom gaat hetzelfde op. Op voordracht van CNV benoemde bestuursleden houden in de besturen van de verschillende fondsen een vinger aan de pols.

Kan ik afzien van deelname in het pensioenfonds waarbij mijn werkgever is aangesloten?

In beginsel is een pensioenvoorziening een collectieve afspraak net als andere afspraken uit de cao. Werknemers kunnen daar niet van afzien. De kracht van het pensioensysteem zit juist in de collectiviteit. Iedereen doet mee, premies worden gezamenlijk belegd en risico’s worden gedeeld. De solidariteit en collectiviteit maken dat ondanks alle problemen die we kennen het Nederlandse pensioenstelsel elk jaar tot de beste van de wereld wordt gerekend.

De meeste pensioenregelingen kennen wel een regeling voor gemoedsbezwaarden. Dit is een vrijstelling voor personen (of werkgevers) die op grond van hun levensovertuiging geen enkele verzekering wensen. Voor de gemoedsbezwaarde wordt wel een bedrag ingehouden dat overeenkomt met de pensioenpremie die anders zou zijn betaald. Dit bedrag wordt op een gewone spaarrekening gezet en bij pensionering uitbetaald.

Waarom wordt mijn pensioengeld eigenlijk belegd?

Het aanvullende pensioen is een arbeidsvoorwaarde die per CAO wordt geregeld. Zo spaar je tijdens je werkzame leven een pensioen bij elkaar voor na het werkzame leven en in aanvulling op de AOW. De taak van het pensioenfonds is ervoor te zorgen dat er genoeg geld is om de pensioenbelofte na te komen. De premies alleen zijn daarvoor volstrekt onvoldoende. Zij moeten via beleggingen aangroeien om het pensioen te realiseren. Omdat de werknemers en hun werkgever samen premies bij elkaar brengen en de beleggingsrisico’s delen kunnen pensioenfondsen een pensioen bij elkaar sparen dat veel hoger is dan wat iedere afzonderlijke werknemer zou kunnen sparen. Pensioenfondsen hebben bovendien geen winstoogmerk zoals verzekeraars die pensioenen aanbieden.

Beleggingen zijn nodig om het pensioen te realiseren. Daarnaast hebben de meeste pensioenfondsen de ambitie om ook na pensionering de uitkeringen elk jaar te verhogen met bijvoorbeeld de inflatie. Dat heet indexeren en zo blijft je pensioen zijn waarde houden. Ook hiervoor is geld nodig waarvoor beleggingsopbrengsten nodig zijn.

Waarom wordt mijn pensioengeld niet gewoon risicoloos gespaard?

Sinds jaar en dag geldt dat pensioenfondsen proberen om tegen een gunstige prijs (de premie die werknemers en werkgevers betalen) een goede pensioenuitkering te realiseren. Deze dienst als compensatie voor het wegvallende salaris na uw pensionering. Dat is ook logisch want werknemers en gepensioneerden zitten niet te wachten op lage uitkeringen en hoge premies. De pensioenpremies enkel op een spaarrekening zetten levert te weinig op. Vandaar dat fondsen het pensioenvermogen proberen te vergroten door een goed rendement te halen. De rendementen van de beleggingen zijn doorgaans hoger dan de eventuele rente die het opgebracht zou hebben als het pensioengeld opgepot was. Het beleggen gebeurt via een zorgvuldige afweging en een door het pensioenfondsbestuur vastgesteld plan. In het bestuur van veel pensioenfondsen zijn vakbonden (waaronder CNV) en werkgevers vertegenwoordigd.

Wat betekent deze crisisperiode voor míjn pensioen?

Als je gepensioneerd bent, merk je dat de pensioenuitkering al jaren niet wordt verhoogd. Vanwege de stijging van kosten van levensonderhoud wordt je pensioen elk jaar een beetje minder waard. Daarnaast hebben veel gepensioneerden last van de voortdurende stroom berichten over dreigende kortingen van hun pensioen.

Als je werkt en nog pensioen opbouwt, merk je niet zoveel van het uitblijven van de indexatie. Toch tikt die wel door in het pensioen dat je elk jaar opbouwt. Dat wordt jaarlijks minder waard. Maar het effect merken werknemers pas echt als ze met pensioen gaan en de uitkering tegenvalt. Tot die tijd zou het kunnen dat het pensioenfonds weer goede jaren kent en dat de indexatieachterstanden aangevuld kunnen worden. Voor de komende jaren is er echter geen uitzicht op verbetering.

Werkenden hebben daarnaast vaak last van onzekerheid. Er worden behoorlijke bedragen aan premies betaald, maar wat krijgen ze daar later voor terug? Ook verandering van werkgever en de vele flexibele aanstellingen hebben effect op het pensioen.

Kortom, de crisisperiode leidt voor alle groepen tot dalend vertrouwen in het pensioen dat is afgesproken. Met de afspraken uit het pensioenakkoord gaan we de pensioenregelingen versterken zodat het vertrouwen terugkomt.

Wat is het financieel toetsingskader (FTK)?

Het FTK is een deel van de pensioenwetgeving in Nederland. Het bevat de financiële eisen die aan pensioenfondsen worden gesteld. Denk aan de manier waarop de premie wordt bepaald, het vermogen dat pensioenfondsen moeten hebben als tegenhanger van de pensioenen die ze nu en in de toekomst moeten uitbetalen, de beleggingen en het opstellen van een herstelplan bij financiële tekorten.

Wat is de rekenrente?

Het FTK wordt vaak genoemd in verband met de rekenrente. Deze rente moeten pensioenfondsen gebruiken om te bepalen hoeveel geld ze moeten hebben om de toegezegde pensioenen te kunnen betalen. Omdat deze rente een dalende lijn vertoont, moeten pensioenfondsen steeds meer vermogen bezitten als tegenhanger van alle pensioenen die zij nu en in de toekomst moeten betalen. Zelfs goede beleggingsresultaten zijn niet voldoende om het vereiste vermogen te bereiken.

Hierdoor zien we dat pensioenfondsen niet kunnen indexeren ondanks uitstekende beleggingsresultaten. Die resultaten mogen niet worden meegenomen bij het bepalen van het toekomstige vermogen. Pensioenfondsen zouden volgens de politiek dan beleggingsopbrengsten meewegen die nog moeten worden behaald. Via het pensioenakkoord van juni 2019 zoeken we naar mogelijkheden om het pensioen minder afhankelijk te maken van de rekenrente.

Op 12 juni 2020 lag er een uitwerking van het pensioenakkoord. Hoe staat het met de uitwerking daarvan?

Na maanden van hard werken zal medio december 2020 de concept-wetgeving door Ministerie van Sociale Zaken worden gepubliceerd. Dit wordt het Wetsvoorstel Toekomst Pensioenen genoemd.

De basis is nog steeds het pensioenakkoord uit juni 2019. Na ruim tien jaar onderhandelen en soms massief actievoeren door vakbondsleden is er een pensioenakkoord gesloten. In dat pensioenakkoord moesten echter nog heel veel zaken worden geregeld en uitgewerkt. Op 12 juni 2020 is de uitwerking van het pensioenakkoord, na een intensief onderhandeltraject, afgerond. Nu volgt de conceptwetgeving: het Wetsvoorstel Toekomst Pensioenen.

Waarom was in 2019 een nieuw pensioenakkoord nodig?

Het huidige pensioenstelsel blijkt al jaren niet meer goed te kunnen voldoen aan de verwachtingen. Geen indexatie, dreiging van kortingen. Ook moest worden voorkomen dat werkenden steeds meer premie zouden moeten betalen, dat veertigers en vijftigers hun opgebouwde pensioenrechten zien verdampen en dat sommige mensen geen pensioen opbouwen. Verder was het slecht uitlegbaar dat de beleggingsresultaten vaak goed waren, maar dat er geen verhoging kon worden gegeven. Daarom in het nieuwe contract een meer realistische ambitie.

Waarom duurde de uitwerking van dit nieuwe akkoord en de pensioenwetgeving nu al 2 jaar?

Het gaat om complexe materie en om veel geld.

Het vergt een zorgvuldige afweging van alle belangen waar ook het CNV het beste resultaat voor de leden uit wilde halen.  

Wat is het politiek vervolg?

Minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wil de wetgeving in juni 2021 voorleggen aan de Tweede Kamer en daarna aan de Eerste Kamer. Als die akkoord zijn, dan moet de nieuwe Pensioenwet per 1 januari 2022 van start gaan.

{"single_open":"true","transition_speed":"300"}

Vernieuwingen in de pensioenen

Op 12 juni 2020 lag er een uitwerking van het pensioenakkoord. Hoe staat het met de uitwerking daarvan?

Na maanden van hard werken zal medio december 2020 de concept-wetgeving door Ministerie van Sociale Zaken worden gepubliceerd. Dit wordt het Wetsvoorstel Toekomst Pensioenen genoemd.

De basis is nog steeds het pensioenakkoord uit juni 2019. Na ruim tien jaar onderhandelen en soms massief actievoeren door vakbondsleden is er een pensioenakkoord gesloten. In dat pensioenakkoord moesten echter nog heel veel zaken worden geregeld en uitgewerkt. Op 12 juni 2020 is de uitwerking van het pensioenakkoord, na een intensief onderhandeltraject, afgerond. Nu volgt de conceptwetgeving: het Wetsvoorstel Toekomst Pensioenen.

Waarom was in 2019 een nieuw pensioenakkoord nodig?

Het huidige pensioenstelsel blijkt al jaren niet meer goed te kunnen voldoen aan de verwachtingen. Geen indexatie, dreiging van kortingen. Ook moest worden voorkomen dat werkenden steeds meer premie zouden moeten betalen, dat veertigers en vijftigers hun opgebouwde pensioenrechten zien verdampen en dat sommige mensen geen pensioen opbouwen. Verder was het slecht uitlegbaar dat de beleggingsresultaten vaak goed waren, maar dat er geen verhoging kon worden gegeven. Daarom in het nieuwe contract een meer realistische ambitie.

Waarom duurde de uitwerking van dit nieuwe akkoord en de pensioenwetgeving nu al 2 jaar?

Het gaat om complexe materie en om veel geld.

Het vergt een zorgvuldige afweging van alle belangen waar ook het CNV het beste resultaat voor de leden uit wilde halen.  

Wat is het politiek vervolg?

Minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wil de wetgeving in juni 2021 voorleggen aan de Tweede Kamer en daarna aan de Eerste Kamer. Als die akkoord zijn, dan moet de nieuwe Pensioenwet per 1 januari 2022 van start gaan.

Merk ik nu al iets van de afspraken?

Ja. Voor nu is de dreiging van lagere pensioenuitkering (korten) grotendeels van de baan.

Pensioenen worden in 2021 waarschijnlijk niet gekort als het pensioenfonds in december 2020 de dekkingsgraad boven de 90 procent heeft. Wel is er sprake van korting bij een dekkingsgraad onder de 90 procent en de korting is dan tot 90 procent. 

Welke andere successen zijn nu al te melden?

Er is goed nieuws voor iedereen die eerder wil stoppen met werken. De Tweede Kamer stemde eind november 2020 in met de regelingen voor vervroegd uittreden en verlofsparen. Dit betekent dat werkenden met minder drempels 3 jaar eerder kunnen stoppen met werken. Eerder kon dat ook, maar moest de werkgever daarvoor een fiscale boete betalen.

Deze afspraak was hard nodig. Voor veel mensen met een zwaar beroep is doorwerken tot de AOW-leeftijd onhaalbaar. Het CNV heeft zich het afgelopen jaar sterk gemaakt voor deze regeling.

Belangrijk is dat nu in de cao afspraken gemaakt worden hoe dit per sector wordt ingevuld. In een aantal cao’s zijn zulke afspraken al gemaakt, zoals de bouw en industrie. Verwachting is dat ook de Eerste Kamer voor 1 januari 2021 instemt met dit voorstel.

Al eerder is geregeld dat de AOW-leeftijd minder snel stijgt door een aangepaste koppeling aan de levensverwachting. Vorig jaar is ook besloten om de AOW-leeftijd tijdelijk te bevriezen. Daardoor zal ook op de langere termijn de AOW-leeftijd minder snel oplopen wanneer de gemiddelde levensverwachting blijft toenemen en krijgt iedereen dus langer recht op AOW.

Wat vindt CNV van de concept-wetgeving?

Het CNV is op hoofdlijnen tevreden en vindt dat die eerlijke modernisering van het pensioenstelsel is gelukt. Het blijft mogelijk om te kiezen voor een nieuwe solidaire premieregeling, waarin collectief risico’s worden gedeeld, pech en geluk generaties voorkomen kunnen worden, verplichtstelling mogelijk blijft, pensioenen eerder en meer omhoog kunnen gaan, pensioenen uitlegbaar zijn en beter passen bij de veranderingen op de arbeidsmarkt.

Op een aantal punten is er ook nog huiswerk te doen. Als het gaat om keuzes maken over de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel en adequate compensatie. Ook de aankomende jaren zal nog hard gewerkt moeten worden om naar het nieuwe pensioenstelsel te komen.  

Speelt de huidige Corona crisis een rol bij de uitwerking van het pensioenakkoord?

Nee. Het pensioenakkoord en de uitwerking gaan over een hervorming van het pensioensysteem. Niet over een reactie op de Corona crisis. Pensioenfondsen ondervinden als beleggers wel hinder van de crisis en ook blijft de rente laag waarmee pensioenfondsen hun verplichtingen berekenen. Hoe groot die schade uitpakt moet blijken, als de jaarcijfers worden opgemaakt.

Ook bij de onderhandelingen over de AOW leeftijd heeft Corona geen invloed gehad.

Wat is de pensioenambitie in het nieuwe stelsel?

In de uitwerking van het pensioenakkoord is onverkort de doelstelling gebleven dat werkenden in 42 jaar tijd een pensioen (AOW+ bedrijfspensioen) moeten kunnen opbouwen dat neerkomt op 80% van het gemiddeld genoten loon tijdens die 42 jaar.   

Pensioendeelnemers krijgen zelf elk jaar een overzicht van hun te verwachten pensioen. In het pensioenstelsel komen 2 varianten van de premieregelingen: het nieuwe (solidaire) contract en een verbeterde premieregeling met opties. Sociale partners gaan kiezen welke van de twee varianten voor het bedrijf/de bedrijfstak gaat gelden. 

Hoe ziet het nieuwe solidaire contract er volgens het uitwerkingsakkoord uit?

Het nieuwe solidaire contract verdeelt meevallers en tegenvallers in beleggingsresultaat evenwichtig over de leeftijdsgroepen. Zogenoemde pech- en gelukgeneraties worden zo veel mogelijk voorkomen. Het effect is dat gepensioneerden vaker dan nu een verhoging van hun pensioenuitkering krijgen. Maar, het tegenovergestelde is ook waar: als het tegen zit daalt het pensioen. Per saldo verwacht het CNV op basis van landelijke berekeningen, dat in de normale economische situaties de pensioenpot van werkenden en gepensioneerden meer en eerder omhoog gaat, dan omlaag. Een belangrijk voordeel van het nieuwe solidaire contract is dat het pensioenvermogen in de opbouwfase en uitkeringsfase bij elkaar blijft. Pensioenfondsen hebben hierdoor meer mogelijkheden om als beleggers voor de lange termijn betere rendementen te halen voor hun deelnemers.

Wat is het grootste voordeel van het nieuwe stelsel?

In de nieuwe situatie blijven de pensioenuitkeringen stabiel. Dat komt door drie afspraken:

  1. Naarmate mensen ouder zijn, wegen mee- en tegenvallers minder zwaar mee. Pensioengerechtigden merken hier dus veel minder van dan jongeren. Jonge deelnemers kunnen beter gebruikmaken van een langere beleggingshorizon en de toekomstige premie-inleggen en zijn daarmee ook beter in staat om schokken op te vangen.
  2. Mee- en tegenvallers kunnen in de tijd worden gespreid. Financieel slechte jaren worden hierdoor gecompenseerd door goede jaren.
  3. Een pensioenfonds houdt – naast het geld voor de pensioenen – een collectieve solidariteitsreserve aan. In slechte jaren kunnen tegenvallers hiermee worden gedempt.

Omdat de nieuwe solidaire pensioenregeling niet meer met ‘pensioenaanspraken’ werkt hoeven pensioenfondsen ook niet meer met dekkingsgraden rekening te houden en de verplichtingen te waarderen op de (risicovrije) rekenrente. Dat is niet meer nodig.

Pensioenfondsen blijven de pensioenregelingen collectief uitvoeren en beleggen. De verplichtstelling blijft behouden. Zij houden daarmee de mogelijkheid om efficiënt goede rendementen te halen, binnen acceptabele risico’s. Behoud van de verplichtstelling vond het CNV een belangrijke voorwaarde om akkoord te gaan met de uitwerking.

Hoe ziet de verbeterde premieregeling er volgens het uitwerkingsakkoord uit?

Vakbonden en werkgevers kunnen ook kiezen voor een verbeterde premieregeling (WVP+) als pensioenvoorziening. In tegenstelling tot het solidaire contract kent deze regeling een belangrijke scheiding tussen de periode voor pensionering en vanaf pensionering. Voor pensionering gaat het om individuele potjes. Bij pensionering wordt een pensioenuitkering ingekocht bij een pensioenverzekeraar of in een collectieve beleggingsportefeuille. Wel kunnen sociale partners – als zij dat willen -collectief meer risico’s delen dan nu het geval is, bijvoorbeeld via de optionele solidariteitsreserve. 

Hoe gaat de overgang van het oude naar het nieuwe stelsel?

Uiterlijk 1 januari 2026 moeten alle pensioenuitvoerders hun pensioenregeling hebben aangepast naar één van de nieuwe contracten. Een of twee jaar eerder mag ook mits aan de randvoorwaarden wordt voldaan. 

De afspraak geldt dat eventuele nadelen voor het te verwachten pensioen, ontstaan door deze nieuwe set ‘spelregels’ inclusief de invoering van een gelijke premie voor alle leeftijden, worden adequaat gecompenseerd. Dit was ook een belangrijke voorwaarde in het welslagen van de onderhandelingen. Vakbonden, werkgevers en pensioenfondsen moeten dit per sector of onderneming beoordelen en waar nodig aanvullende afspraken maken.  

Wie gaat er over het pensioen? Waar hebben werknemers invloed?

De AOW is een volksverzekering. Daarover gaat de politiek. Maar bonden kunnen wel invloed uitoefenen, zoals gebleken is bij het pensioenakkoord (minder snel laten stijgen van de AOW leeftijd).  

Het werknemerspensioen via de pensioenfondsen is een arbeidsvoorwaarde. Die is dus niet verplicht. Maar wij maken daar als CNV-bond wel afspraken over aan de cao-tafel.. Ook over de afspraken om de uitwerking van het pensioenakkoord concreet te maken. Als lid van de bond heb je dus grote invloed op dit aanvullende werknemerspensioen. 

Onze invloed rijkt verder dan het maken van pensioenafspraken in cao’s. Want in de pensioenfondsen zijn vaak ook bestuurders benoemd in het bestuur op voordracht van vakbonden. En de pensioenfondsen kennen bovendien een vorm van medezeggenschap. Deze medezeggenschapsorganen zijn betrokken bij besluiten van het pensioenfonds en kunnen ook (on)gevraagd adviseren over de pensioenuitvoering. 

Als er pensioenafspraken komen, heeft de overheid via de pensioenwetgeving daar overigens ook veel over te zeggen. Het doel hiervan is de pensioenen te waarborgen, bijvoorbeeld door regels over de inrichting van pensioenfondsen en toezicht op de financiële organisatie van de pensioenregelingen of over de maximale hoogte van de pensioenpremie.

Wat betekent de overgang van het oude naar het nieuwe pensioenstelsel voor mij?

Als deelnemer in een pensioenregeling krijg je het persoonlijk effect te zien: de hoogte van het pensioen vóór de overstap en erna wordt in een overzicht duidelijk gemaakt. De werkgever of het pensioenfonds laat daarbij zien welke maatregelen er zijn/worden genomen om voldoende te compenseren. Het uitwerkingsakkoord ziet erop dat iedereen die bij pensioenfondsen zit goed en evenwichtig wordt gecompenseerd. Zowel nu als in de toekomst moeten er geen pech- en geluk generaties zijn.

Waarom gaat mijn inleg in de oude pensioenregeling over naar mijn nieuwe pensioenregeling?

Omdat het overdragen van reeds gespaard pensioengeld in de nieuwe pensioenregeling erg helpt om dat nieuwe stelsel goed te laten functioneren, efficiënter is in de uitvoering en betere resultaten geeft voor de gehele pot worden nieuwe pensioenopbouw en de bestaande rechten zoveel mogelijk in één fonds bij elkaar gehouden. Voor dit zogenoemde ‘invaren’ van oude rechten zijn regels om te zorgen dat dit evenwichtig wordt gedaan. Niet-invaren betekent dat dit pensioengeld onder de huidige strenge regels met o.a. de risicovrije rekenrente blijven vallen. 

Sluit het ‘verwacht rendement’ – systeem van de nieuwe pensioenregeling beter aan bij de werkelijke rendementen van de pensioenfondsen dan het huidige rekenrente-systeem?

Ja, het ‘verwacht rendement’-systeem (projectierendement) houdt rekening met de te behalen beleggingsrendementen. Het projectierendement leidt tot een bepaald verwacht pensioen, met een indicatie voor gunstige en minder gunstige economische scenario’s. De huidige risicovrije rekenrente (RTS) houdt geen rekening met toekomstige rendementen.  Wel is het belangrijk, dat het verwacht rendement waarmee gerekend wordt, niet te hoog wordt vastgesteld. Want uiteindelijk is de hoogte van het pensioen afhankelijk van de hoogte van de ingelegde premie en het rendement, dat daadwerkelijk behaald wordt.  

Er wordt nu vanaf uit gegaan, dat de hoogte van de jaarlijkse pensioenpremie bij invoering van het nieuwe pensioenstelsel maximaal 30 tot 33% mag zijn (fiscale ruimte). En dat daarboven nog ruimte is voor eventuele extra premie voor compensatie. Met deze premie moet het mogelijk zijn om na 42 jaar werken een pensioen te hebben van 80% van het loon. Daarom is het belangrijk, dat aan de cao-tafel een goede pensioenpremie af te spreken.  

Gaan we naar een casino-pensioen?

Met deze term wordt gesuggereerd dat je net als in een casino maar moet afwachten of je pensioen krijgt. En of je niet te maken krijgt met enorme schommelingen in je pensioen. Zo is het gelukkig niet. De hele overgang is er natuurlijk op gericht om het pensioen juist beter te maken. De ambitie blijft om 80% van je gemiddelde loon aan pensioen te sparen in 42 jaren. Het nieuwe pensioensysteem, de premies en de beleggingen zijn daar op ingericht. Je krijgt een beter inzicht in de premies die je inlegt en het pensioen dat je daarvoor mag verwachten. En vervolgens is de ambitie gericht op een stabiele pensioenuitkering als je eenmaal met pensioen bent. Grote schommelingen kunnen worden verzacht door mee en tegenvallers te spreiden in de tijd. En door een reserve op te bouwen. Ook is mogelijk de risico’s van beleggingen te spreiden waardoor gepensioneerden minder te maken krijgen met uitschieters in de beleggingsopbrengsten.  

In het huidige stelsel wordt gewerkt met een toezegging en daarmee komen de strenge financiële eisen die ervoor zorgen dat pensioenfondsen al jaren niet meer kunnen indexeren en de pensioenen mogelijk moeten korten. In het nieuwe systeem zijn er minder hoge reserves nodig. Het huidige systeem lijkt zekerheid te geven maar levert dat niet. Het nieuwe systeem lijkt minder zekerheid te geven maar kan het juist wel meer bieden dan het huidige systeem. Nu kunnen veel pensioenfondsen al jaren het pensioen niet verhogen. In het nieuwe systeem zou dat beter moeten gaan.  

Is er in het nieuwe pensioensysteem ook een buffer?

Een onderdeel van het nieuwe pensioensysteem is een solidariteitsreserve. Dit is een vermogen dat aangesproken kan worden in slechte tijden. Bonden en werkgevers bepalen hoe groot de reserve het best kan zijn. De omvang hoeft niet langer berekend te worden volgens de eisen van De Nederlandse Bank. Dit is mogelijk in het nieuwe solidaire pensioen en/of bij een verplichtgesteld bedrijfstakpensioenfonds.

Geldt het nieuwe pensioensysteem ook voor gepensioneerden?

Ja, het is de bedoeling dat het nieuwe pensioensysteem gaat gelden voor pensioen dat je nog gaat opbouwen, pensioen dat al opgebouwd is en voor ingegaan pensioen.

{"single_open":"true","transition_speed":"300"}