Pensioen

Wat is de ingangsdatum van het ouderdomspensioen?

Bij pensioen moet je onderscheid maken tussen de AOW en het aanvullende pensioen. De AOW is een volksverzekering. De datum waarop je recht krijgt op AOW schuift op naarmate we langer leven. Het idee daarachter is dat zo iedereen ongeveer even lang AOW krijgt. En dat de AOW betaalbaar blijft. Als werknemer betaal je 17,9% AOW premie over je salaris tot maximaal € 34.300,- (2019).

Bij het pensioenakkoord van 2019 hebben CNV en de andere bonden bedongen dat de AOW leeftijd de komende jaren minder hard stijgt.

Het aanvullende ouderdomspensioen is het pensioen dat je als werknemer opbouwt. De inhoud en de kosten van de pensioenregeling worden afgesproken aan de cao-tafel. Veranderingen in de regeling worden eveneens door bonden en werkgever(s) afgesproken. Werkgever en werknemer betalen voor dit aanvullende pensioen een premie. Het pensioenfonds voert de regeling uit. In veel gevallen kun je binnen bepaalde grenzen zelf je pensioenleeftijd voor dit aanvullende pensioen bepalen. Bij het opbouwen van je pensioen hanteert het pensioenfonds wel een zogenaamde pensioenrichtleeftijd. Dit is de leeftijd waarop het aanvullende pensioen geacht wordt in te gaan. Je kunt echter je aanvullende pensioen vervroegen of uitstellen. Bij vervroegen wordt je pensioen lager, bij uitstellen hoger. Per saldo blijft het pensioen daardoor gelijkwaardig. Kijk voor meer informatie op de website van je pensioenfonds.

Ik heb in het verleden in verschillende sectoren gewerkt. Over drie maanden ga ik met pensioen. Krijg ik van al die dienstverbanden afzonderlijk pensioen?

Als je van werk wisselt, kun je je opgebouwde pensioen overdragen aan het pensioenfonds van je nieuwe werkgever. Zo niet, dan krijg je van ieder pensioenfonds afzonderlijk het daar opgebouwde pensioenrecht uitgekeerd. Zie voor meer informatie https://www.mijnpensioenoverzicht.nl/

Moet ik pensioen opnemen als ik werkloos word?

Meestal niet, maar in sommige gevallen kan het verstandig zijn om een deel van je pensioen al in te laten gaan als je op oudere leeftijd met werkloosheid te maken krijgt. Je kunt bij sommige pensioenfondsen een deel van je pensioenrechten kwijtraken als je dit niet doet. Neem voordat je te maken krijgt met werkloosheid contact op met CNV, zodat we je een persoonlijk advies kunnen geven.

Wat is pensioenbreuk?

Een pensioenbreuk of pensioengat is een hiaat in de opbouw van het aanvullend pensioen. Dit is het pensioen dat je als werknemer jaarlijks opbouwt. Als je overstapt naar een andere werkgever met een andere pensioenregeling kan er een tekort ontstaan in de pensioenopbouw. Je opgebouwde pensioen kan verplicht of vrijwillig worden overgedragen naar de pensioenregeling van je nieuwe werkgever. Dit heet waardeoverdracht. Als je nieuwe werkgever bij hetzelfde pensioenfonds is aangesloten verandert er natuurlijk niets. Je kunt ook met een pensioenbreuk te maken krijgen bij werkloosheid of langdurige arbeidsongeschiktheid. Of bij het opnemen van onbetaald verlof. Laat je bij veranderingen dus informeren over de pensioengevolgen.

Een pensioengat is ook mogelijk in de AOW. Bijvoorbeeld als je een aantal jaren in het buitenland hebt gewoond. Zie voor meer informatie https://www.svb.nl/int/nl/aio/wanneer_bijstand/wat_is_bijstand/

Kan ik de werkgever verplichten om mij in dienst te houden als ik mijn AOW leeftijd heb bereikt?

Of je arbeidsrelatie eindigt op de AOW-datum kun je terugvinden in je cao of arbeidscontract. Als er niets is geregeld, kan de werkgever de arbeidsovereenkomst opzeggen wegens het bereiken van de AOW-leeftijd. Er volgt dan geen toets door UWV of de rechter. Er gelden nog meer aparte regels. Zo bedraagt de opzegtermijn na de AOW leeftijd één maand en is er geen recht op een transitievergoeding. Je kunt op twee verschillende manieren in dienst blijven. De werkgever kan je eerst ontslaan en je daarna weer in dienst nemen voor – bijvoorbeeld – een beperkt aantal uren. Of je kunt met de werkgever overeenkomen niet uit dienst te treden bij het bereiken van de AOW leeftijd. Let wel op de gevolgen voor je pensioen.

Hoe zit het met het pensioen bij ziekte en arbeidsongeschiktheid?

Het maakt verschil of je ziek bent of dat je door UWV gekeurd bent en geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt bent verklaard.

De cao en de pensioenregeling bevatten de regels die gelden bij ziekte of arbeidsongeschiktheid. Bij het pensioenfonds ABP (o.a. overheid, onderwijs, energie en waterbedrijven) is geregeld dat je in het eerste en tweede jaar van ziekte gewoon pensioen opbouwt. Bij PFZW (zorg en welzijnssectoren) staan de regels over pensioenopbouw in de cao. Er kan hier in het tweede ziektejaar bij minder loon ook sprake zijn van minder pensioenopbouw. Je kunt als werknemer dan weer kiezen voor vrijwillige voortzetting van de pensioenopbouw over je oude salaris.

Als je arbeidsongeschikt bent, kun je recht hebben op een arbeidsongeschiktheidspensioen dat een WIA uitkering aanvult. En je kunt recht hebben op een gedeeltelijke, premievrije voorzetting van de pensioenopbouw. Kortom, laat je informeren over de specifieke pensioengevolgen bij ziekte en arbeidsongeschiktheid.

Wat is het pensioenakkoord?

Sinds de crisis van 2008 is duidelijk geworden hoe kwetsbaar pensioenfondsen zijn. Indexeren van de pensioenen zodat die meestijgen met de gestegen prijzen is nauwelijks nog mogelijk. Daarnaast is er sprake van ontgroening en vergrijzing waardoor het aandeel van de werkende bevolking afneemt en het aantal gepensioneerden stijgt. Bovendien zien veel deelnemers aan pensioenregelingen niet waarom er niet geïndexeerd kan worden. Of waarom de pensioenen zelfs gekort moeten worden terwijl het pensioenvermogen alleen maar stijgt. Tenslotte sluit het pensioenstelsel dat we hebben minder goed aan op de veranderingen op de arbeidsmarkt. Werknemers veranderen sneller van baan, werken zonder vast dienstverband of werken een poos niet. En ook bedrijven en sectoren veranderen sneller.

In juni 2019 sloten de vakbonden, werkgevers en het kabinet een pensioenakkoord. Dit akkoord bevat een aanzet om tot een ander soort pensioenregeling te komen. Dit deel van het akkoord moet de komende jaren worden uitgewerkt. Daarnaast zijn er mogelijkheden afgesproken om langer doorwerken mogelijk te maken. En als derde is de verhoging van de AOW leeftijd vertraagd. Daardoor wordt het beter mogelijk voor werknemers om de AOW op een goede manier werkend te halen.

Hoe weet ik of ik later genoeg heb aan mijn pensioen?

Hiervoor zijn twee dingen van belang. Hoeveel pensioen krijg je waarschijnlijk? Hiervoor kun je bij je pensioenfonds terecht. Je krijgt jaarlijks een overzicht van het pensioen dat je hebt en het pensioen dat je nog erbij krijgt als je tot je AOW blijft werken. Bij pensioenfondsen als ABP en PFZW kun je op elk moment inloggen en kijken wat je hebt opgebouwd en hoeveel pensioen je krijgt bij elke gewenste pensioenleeftijd. Als je nog andere pensioenen hebt, kun je die opsporen via https://www.mijnpensioenoverzicht.nl/.

Daarnaast moet je bepalen hoeveel pensioen je denkt nodig te hebben. Iemand die na pensionering wil gaan reizen heeft doorgaans meer nodig dan iemand die zich op zijn tuin wil storten.

Als je tot de conclusie bent gekomen dat je meer pensioen nodig hebt, kun je mogelijk via je pensioenfonds of anders via een bank of verzekeraar aanvullende pensioenproducten kopen. Je kunt ook in eigen beheer, door middel van spaargeld of effecten, een vermogen opbouwen dat als ‘buffer’ voor de periode aan het eind van uw werkzame leven kan dienen.

Gaat de pensioenopbouw door tijdens onbetaald verlof?

Als je onbetaald verlof neemt, daalt het inkomen. Dit kan gevolgen hebben voor uitkeringen, pensioen en vakantiedagen. Voor de precieze gevolgen is van belang wat er is afgesproken in de cao en in de pensioenregeling. Daarnaast kun je mogelijk individuele afspraken maken waarbij de werkgever premie betaalt voor de voortzetting van de pensioenopbouw. Neem indien nodig contact op met de bond voor advies.

Is er door de pensioenfondsen niet veel te riskant belegd?

Op dit moment is er geen aanleiding te veronderstellen dat de pensioenfondsen zelf schuld dragen voor de tekorten. Per pensioenfonds wordt met hulp van deskundigen een afgewogen mix bepaald van beleggingen in aandelen, obligaties en vastgoed. En er wordt voor de langere termijn bepaald op welk rendement men wil uitkomen. Over het gevoerde beleid legt het pensioenfonds verantwoording af. Sommige gevolgen zijn onvermijdelijk. Als het niet goed gaat met de beurzen, voelen de pensioenfondsen dat. Andersom gaat hetzelfde op. Op voordracht van CNV benoemde bestuursleden houden in de besturen van de verschillende fondsen een vinger aan de pols.

Kan ik afzien van deelname in het pensioenfonds waarbij mijn werkgever is aangesloten?

In beginsel is een pensioenvoorziening een collectieve afspraak net als andere afspraken uit de cao. Werknemers kunnen daar niet van afzien. De kracht van het pensioensysteem zit juist in de collectiviteit. Iedereen doet mee, premies worden gezamenlijk belegd en risico’s worden gedeeld. De solidariteit en collectiviteit maken dat ondanks alle problemen die we kennen het Nederlandse pensioenstelsel elk jaar tot de beste van de wereld wordt gerekend.

De meeste pensioenregelingen kennen wel een regeling voor gemoedsbezwaarden. Dit is een vrijstelling voor personen (of werkgevers) die op grond van hun levensovertuiging geen enkele verzekering wensen. Voor de gemoedsbezwaarde wordt wel een bedrag ingehouden dat overeenkomt met de pensioenpremie die anders zou zijn betaald. Dit bedrag wordt op een gewone spaarrekening gezet en bij pensionering uitbetaald.

Waarom wordt mijn pensioengeld eigenlijk belegd?

Het aanvullende pensioen is een arbeidsvoorwaarde die per CAO wordt geregeld. Zo spaar je tijdens je werkzame leven een pensioen bij elkaar voor na het werkzame leven en in aanvulling op de AOW. De taak van het pensioenfonds is ervoor te zorgen dat er genoeg geld is om de pensioenbelofte na te komen. De premies alleen zijn daarvoor volstrekt onvoldoende. Zij moeten via beleggingen aangroeien om het pensioen te realiseren. Omdat de werknemers en hun werkgever samen premies bij elkaar brengen en de beleggingsrisico’s delen kunnen pensioenfondsen een pensioen bij elkaar sparen dat veel hoger is dan wat iedere afzonderlijke werknemer zou kunnen sparen. Pensioenfondsen hebben bovendien geen winstoogmerk zoals verzekeraars die pensioenen aanbieden.

Beleggingen zijn nodig om het pensioen te realiseren. Daarnaast hebben de meeste pensioenfondsen de ambitie om ook na pensionering de uitkeringen elk jaar te verhogen met bijvoorbeeld de inflatie. Dat heet indexeren en zo blijft je pensioen zijn waarde houden. Ook hiervoor is geld nodig waarvoor beleggingsopbrengsten nodig zijn.

Waarom wordt mijn pensioengeld niet gewoon risicoloos gespaard?

Sinds jaar en dag geldt dat pensioenfondsen proberen om tegen een gunstige prijs (de premie die werknemers en werkgevers betalen) een goede pensioenuitkering te realiseren. Deze dienst als compensatie voor het wegvallende salaris na uw pensionering. Dat is ook logisch want werknemers en gepensioneerden zitten niet te wachten op lage uitkeringen en hoge premies. De pensioenpremies enkel op een spaarrekening zetten levert te weinig op. Vandaar dat fondsen het pensioenvermogen proberen te vergroten door een goed rendement te halen. De rendementen van de beleggingen zijn doorgaans hoger dan de eventuele rente die het opgebracht zou hebben als het pensioengeld opgepot was. Het beleggen gebeurt via een zorgvuldige afweging en een door het pensioenfondsbestuur vastgesteld plan. In het bestuur van veel pensioenfondsen zijn vakbonden (waaronder CNV) en werkgevers vertegenwoordigd.

Wat betekent deze crisisperiode voor míjn pensioen?

Als je gepensioneerd bent, merk je dat de pensioenuitkering al jaren niet wordt verhoogd. Vanwege de stijging van kosten van levensonderhoud wordt je pensioen elk jaar een beetje minder waard. Daarnaast hebben veel gepensioneerden last van de voortdurende stroom berichten over dreigende kortingen van hun pensioen.

Als je werkt en nog pensioen opbouwt, merk je niet zoveel van het uitblijven van de indexatie. Toch tikt die wel door in het pensioen dat je elk jaar opbouwt. Dat wordt jaarlijks minder waard. Maar het effect merken werknemers pas echt als ze met pensioen gaan en de uitkering tegenvalt. Tot die tijd zou het kunnen dat het pensioenfonds weer goede jaren kent en dat de indexatieachterstanden aangevuld kunnen worden. Voor de komende jaren is er echter geen uitzicht op verbetering.

Werkenden hebben daarnaast vaak last van onzekerheid. Er worden behoorlijke bedragen aan premies betaald, maar wat krijgen ze daar later voor terug? Ook verandering van werkgever en de vele flexibele aanstellingen hebben effect op het pensioen.

Kortom, de crisisperiode leidt voor alle groepen tot dalend vertrouwen in het pensioen dat is afgesproken. Met de afspraken uit het pensioenakkoord gaan we de pensioenregelingen versterken zodat het vertrouwen terugkomt.

Wat is het financieel toetsingskader (FTK)?

Het FTK is een deel van de pensioenwetgeving in Nederland. Het bevat de financiële eisen die aan pensioenfondsen worden gesteld. Denk aan de manier waarop de premie wordt bepaald, het vermogen dat pensioenfondsen moeten hebben als tegenhanger van de pensioenen die ze nu en in de toekomst moeten uitbetalen, de beleggingen en het opstellen van een herstelplan bij financiële tekorten.

Wat is de rekenrente?

Het FTK wordt vaak genoemd in verband met de rekenrente. Deze rente moeten pensioenfondsen gebruiken om te bepalen hoeveel geld ze moeten hebben om de toegezegde pensioenen te kunnen betalen. Omdat deze rente een dalende lijn vertoont, moeten pensioenfondsen steeds meer vermogen bezitten als tegenhanger van alle pensioenen die zij nu en in de toekomst moeten betalen. Zelfs goede beleggingsresultaten zijn niet voldoende om het vereiste vermogen te bereiken.

Hierdoor zien we dat pensioenfondsen niet kunnen indexeren ondanks uitstekende beleggingsresultaten. Die resultaten mogen niet worden meegenomen bij het bepalen van het toekomstige vermogen. Pensioenfondsen zouden volgens de politiek dan beleggingsopbrengsten meewegen die nog moeten worden behaald. Via het pensioenakkoord van juni 2019 zoeken we naar mogelijkheden om het pensioen minder afhankelijk te maken van de rekenrente.

{"single_open":"true","transition_speed":"300"}