Pensioen

Andere ingangsdatum ouderdomspensioen?

Met ingang van 1 april 2012 is de ingangsdatum van de AOW verschoven van de eerste dag van de maand waarin iemand 65 wordt, naar de dag dat iemand echt 65 wordt. Voor het ouderdomspensioen geldt dat dit ingaat op de eerste dag van de maand dat iemand 65 wordt, als dit niet vervroegd is opgenomen.

Ik heb in het verleden in verschillende sectoren gewerkt. Over drie maanden ga ik met pensioen. Krijg ik van al die dienstverbanden afzonderlijk pensioen?

Als u van werk wisselt, kunt u uw opgebouwde pensioen overdragen aan het pensioenfonds van uw nieuwe werkgever. Zo niet, dan krijgt u van ieder pensioenfonds afzonderlijk het daar opgebouwde pensioenrecht uitgekeerd. Meer informatie: www.vbportal.nl.

Ben ik in de zorg niet langer verplicht om met flexpensioen te gaan als ik ontslagen word?

Sinds 1 oktober 2010 is deze PGGM-regeling gewijzigd voor deelnemers die in of na 1950 geboren zijn en nog geen gebruik maken van hun flexpensioen. Het flexpensioen wordt automatisch omgezet in ouderdomspensioen. Als u tussen uw 60e en 65e minder wilt werken of helemaal stoppen, kunt u een deel van uw ouderdomspensioen eerder opnemen.

Wat is pensioenbreuk?

Als gevolg van het wisselen van werkgever of pensioenfonds kan er een tekort ontstaan in de opbouw van pensioen. Dat heet dan een pensioenbreuk. Afhankelijk van het pensioenfonds kan dit gat worden gerepareerd.

Kan ik de werkgever verplichten om mij in dienst te houden na mijn 65e?

U kunt op twee verschillende manieren na uw 65e in dienst blijven. De werkgever kan u eerst ontslaan en u daarna weer in dienst nemen voor – bijvoorbeeld – een beperkt aantal uren. Of u kunt met de werkgever overeenkomen dat u niet uit dienst treedt als u 65 jaar wordt. Let wel op de gevolgen voor uw pensioen.

Hoe zit het met het pensioen bij het tweede ziektejaar?

Het kabinet had zich op het standpunt gesteld dat als in het tweede ziektejaar maar 70% van het loon wordt uitgekeerd, dat dan ook maar over 70% van het loon pensioen mag worden opgebouwd. Terwijl in de praktijk gebruikelijk is dat de pensioenopbouw tijdens ziekte volledig wordt voortgezet, ook als het loon niet volledig wordt uitgekeerd. Vrijwel alle pensioenfondsen maakten bezwaar tegen het standpunt.

Sociale partners hebben zich in een brief tot het kabinet gewend met het verzoek op het kabinetsstandpunt terug te komen. Het onderwerp is in de Tweede Kamer aan de orde gekomen bij de behandeling van het wetsvoorstel inzake het nieuwe overgangsrecht VPL. De Tweede Kamer heeft zich daarbij opgesteld achter de brief van sociale partners en een amendement aangenomen waardoor het mogelijk blijft gedurende ziekte of arbeidsongeschiktheid het oorspronkelijke niveau van de pensioenopbouw te handhaven.

De pensioenopbouw in het tweede ziektejaar, en in de er op volgende periode van arbeidsongeschiktheid, kan dus blijven worden gebaseerd op de volledige pensioengrondslag van de werknemer. Ook als de werkgever in het tweede ziektejaar maar 70% van het loon doorbetaalt.

Het kabinet had zich op het standpunt gesteld dat als in het tweede ziektejaar maar 70% van het loon wordt uitgekeerd, dat dan ook maar over 70% van het loon pensioen mag worden opgebouwd. Terwijl in de praktijk gebruikelijk is dat de pensioenopbouw tijdens ziekte volledig wordt voortgezet, ook als het loon niet volledig wordt uitgekeerd. Vrijwel alle pensioenfondsen maakten bezwaar tegen het standpunt.

Sociale partners hebben zich in een brief tot het kabinet gewend met het verzoek op het kabinetsstandpunt terug te komen. Het onderwerp is in de Tweede Kamer aan de orde gekomen bij de behandeling van het wetsvoorstel inzake het nieuwe overgangsrecht VPL. De Tweede Kamer heeft zich daarbij opgesteld achter de brief van sociale partners en een amendement aangenomen waardoor het mogelijk blijft gedurende ziekte of arbeidsongeschiktheid het oorspronkelijke niveau van de pensioenopbouw te handhaven.

De pensioenopbouw in het tweede ziektejaar, en in de er op volgende periode van arbeidsongeschiktheid, kan dus blijven worden gebaseerd op de volledige pensioengrondslag van de werknemer. Ook als de werkgever in het tweede ziektejaar maar 70% van het loon doorbetaalt.

Wat zijn de meest recente wijzigingen in de pensioenwetging?

Afkoop prepensioen

Op 11 november 2005 is een besluit tot wijziging van de afkoopregeling van de Pensioen- en spaarfondsenwet (PSW) gepubliceerd. De wijziging maakt het per 1 januari 2006 mogelijk om prepensioenaanspraken af te kopen en over te dragen naar een levensloopregeling. Opmerkelijk detail van de wijziging is dat de afkoop alleen is toegestaan als er geen sprake is geweest van echtscheiding waardoor een aanspraak op pensioenverevening is ontstaan. Reden daarvoor is dat met de afkoop van het prepensioen ook een eventueel recht op pensioenverevening verloren zou gaan. En dat is uiteraard niet de bedoeling. Naar het zich laat aanzien zal er weinig gebruik worden gemaakt van de nieuwe afkoopmogelijkheid. De afkoop is alleen mogelijk als het prepensioenreglement daartoe de mogelijkheid biedt, en in de meeste prepensioenregelingen is dat niet het geval. Ook speelt een rol dat in veel prepensioenregelingen die zijn aangepast aan de VPL-wetgeving, de bestaande aanspraken op prepensioen collectief worden omgezet in een hoger ouderdomspensioen. Daarna is afkoop naar een levensloopregeling niet meer mogelijk. Bij de omzetting van prepensioen naar ouderdomspensioen is een eventueel recht op pensioenverevening geen belemmering. Dat gaat gewoon mee naar het ouderdomspensioen. Met de omzetting krijgt de gewezen partner recht op uitbetaling van een deel van het ouderdomspensioen in plaats van een deel van het prepensioen.

Premie en indexatie 2006

Naar aanleiding van de vele vragen die wij over de recente beleidswijzigingen bij ABP hebben ontvangen, willen wij in deze brief toelichten wat er precies bij ABP verandert en wat hiervan de gevolgen zijn.

Waarom deze beleidswijzigingen?

De aanleiding om het gevoerde financiële beleid bij ABP te herzien, was ten eerste dat ABP is overgegaan op een nieuw wettelijk kader voor het toezicht op pensioenfondsen: het FTK (Financieel Toetsingskader). Het FTK wordt vanaf 2007 van kracht voor alle pensioenfondsen. ABP gaat al eerder over op het FTK om zich hier goed op voor te kunnen bereiden. Een tweede belangrijke reden voor de aanpassing van het beleid was dat de “oude” rekenregels voor de vaststelling van de premie tot grote premieaanpassingen van jaar op jaar konden leiden. Zo is de pensioenpremie in 2005 fors hoger vastgesteld dan in 2004 (stijging van 18,6% in 2004 naar 21,0% in 2005). Het FTK biedt meer mogelijkheden om de premie gelijkmatiger te houden van jaar op jaar. Het Bestuur van ABP heeft besloten hier gebruik van te maken bij de overgang op het FTK.

Wat is FTK?

Het FTK wordt vanaf 2007 op grond van de Pensioenwet opgelegd aan alle pensioenfondsen in Nederland. FTK heeft heel veel implicaties. In de eerste plaats voor de jaarrekening en voor de financiële buffers die een pensioenfonds moet aanhouden. Nieuw is dat het FTK ook allerlei regels geeft voor de hoogte van de premie, het indexatiebeleid en het beleggingsbeleid. Zo moet er minimaal een kostendekkende premie worden vastgesteld; alleen ingeval van hoge buffers mag er een premiekorting worden verleend. Verder geeft het FTK ook regels voor de manier waarop de indexatie is beschreven in het pensioenreglement en de communicatie aan deelnemers en gepensioneerden.

ABP is nog steeds in herstel

Zowel onder de huidige regels van De als onder het FTK heeft ABP op dit moment onvoldoende financiële buffers. Om die reden is in 2003 een herstelplan opgesteld. Dit herstelplan is vanwege de overgang op de nieuwe FTK-regels recent bijgesteld. Onderdeel van het nieuwe herstelplan is het afgesproken nieuwe financiële beleid. De verwachting is dat ABP uitgaande van het afgesproken premie-, indexatie- en beleggingsbeleid binnen enkele jaren uit herstel is. De Nederlandsche Bank heeft het nieuwe herstelplan goedgekeurd op 4 november jl.

Hoe kan het dat de premie dan toch daalt?

Zoals gezegd: het FTK biedt meer mogelijkheden om sprongen in de premie te voorkomen dan het “oude” model. ABP gaat vanaf 2006 de premie baseren op een min of meer vaste rentevoet, namelijk 3%. Aangetoond is dat deze premie, ook uitgaande van de nieuwe FTK-regels, voldoende is voor inkoop van de pensioenen, inclusief indexatie.

Ook is aangetoond dat de financiële gezondheid van het fonds bij deze premie voldoende snel herstelt ingeval van te lage buffers. Een herstelopslag, onderdeel van de premie 2005, is dan ook niet meer nodig.

De premie 2006 is dus vooral lager dan de premie 2005 omdat een andere premiesystematiek is gekozen. De kwaliteit van de pensioenregeling van ABP is echter niet veranderd.

Hoewel de premie in 2006 inderdaad daalt ten opzichte van 2005, moeten we niet vergeten dat juist in 2005 sprake was van een forse premiestijging. Het gekozen premiemodel leidt tot een min of meer vaste premie op het niveau van 2004. Zolang de rentevoet voor het premiebeleid gelijk gehouden kan worden, blijft de premie nagenoeg op dit niveau. Dit betekent dat de premie in de nabije toekomst niet meer zo snel omhoog, maar ook niet meer snel naar beneden zal gaan. Pas voor de premie 2010 zal getoetst worden of de gekozen rentevoet gehandhaafd kan blijven. Dit hangt af van financiële en economische ontwikkelingen en het dan te kiezen beleggingsbeleid.

Wanneer de financiële positie van het fonds onverhoopt fors tegenvalt, kan het Bestuur van ABP overigens altijd besluiten om toch een premieverhoging door te voeren. Ook is afgesproken dat een korting op de premie, wanneer het heel goed gaat met het fonds, alleen maar kan wanneer alle in het verleden gekorte indexatie eerst is ingehaald.

Hierbij een overzicht met de premies 2004-2006 bij ABP. Omdat de verschillende premies worden geheven over het salaris boven een bepaalde grens (verschillend van jaar op jaar), is op de onderste regel aangegeven om welke totaalpremie dit gaat, als percentage van het bruto salaris.

Hoe weet ik of ik een pensioentekort heb?

U zult een berekening moeten maken met uw pensioenopbouw tot nu toe (eventueel bij vorige werkgevers) en hetgeen u bij ongewijzigde voortzetting met uw huidige pensioenregeling bereikt. Pensioenfondsen zijn verplicht u eens per jaar een overzicht van uw persoonlijke pensioenopbouw op te sturen. Vaak kunt u deze ook tussentijds bekijken via de website van uw pensioenfonds. Bedenk dat een eventueel tekort in het pensioen niet alleen via een pensioenfonds of verzekeraar is aan te vullen. U kunt ook in eigen beheer, door middel van spaargeld of effecten, een vermogen opbouwen dat als ‘buffer’ voor de periode aan het eind van uw werkzame leven kan dienen.

Gaat de pensioenopbouw door tijdens het levensloopverlof?

Over de voortzetting van uw pensioenopbouw tijdens het onbetaalde verlof is wettelijk niets geregeld. U zult hiervoor afspraken moeten maken met uw werkgever. Soms zal het mogelijk zijn de pensioenopbouw tijdens de periode van onbetaald verlof voort te zetten. In hoeverre de werkgever daarbij nog bijdraagt aan de premiebetaling, is een kwestie van onderhandelen. U kunt uw werkgever niet verplichten tot meebetaling. Kijk vooral ook in uw eigen cao wat op dit punt is geregeld. Eventueel kunt u individueel bijsparen via uw pensioenfonds.

Is er door de pensioenfondsen niet veel te riskant belegd?

Op dit moment is er geen aanleiding te veronderstellen dat de pensioenfondsen zelf schuld dragen voor de geslonken reserves. Per pensioenfonds wordt met hulp van deskundigen een afgewogen mix bepaald van beleggingen in aandelen, obligaties en vastgoed. En er wordt voor de langere termijn bepaald op welk rendement men wil uitkomen. Sommige gevolgen zijn onvermijdelijk. Als het niet goed gaat met de beurzen, voelen de pensioenfondsen dat. Andersom gaat hetzelfde op. CNV Connectief houdt in de besturen van de verschillende fondsen een vinger aan de pols.

Kan ik afzien van deelname in het pensioenfonds waarbij mijn werkgever sinds kort is aangesloten?

De situatie is het volgende. In de nieuwe CAO is bepaald, dat dierenartsassistentes aangesloten worden bij het Pensioenfonds Zorg en Welzijn (PFZW). Een van onze leden wil dat liever niet. Zij is 50 jaar oud en wil over een paar jaar stoppen met werken. Zij is van mening dat nu nog gaan deelnemen aan pensioenopbouw voor haar weinig zal opleveren. Daarnaast heeft zij zelf voor een oudedagvoorziening (spaargeld) gezorgd en wantrouwt zij het bewuste pensioenfonds i.v.m. de huidige, slechte positie van het pensioenfonds.

De werknemer kan vrijgesteld worden van deelneming als de werknemer gemoedsbezwaren heeft tegen elke vorm van verzekering. De werknemer kan de vrijstelling aanvragen bij het pensioenfonds.

Ook kan men worden vrijgesteld als de werknemer al ten minste zes maanden deelnemer was in een pensioenregeling voordat hij vrijstelling aanvraagt bij het PFZW, of als de werkgever voor zijn werknemers al een pensioenvoorziening had getroffen, ten minste zes maanden voordat om vrijstelling wordt verzocht.

Deze mevrouw heeft zelf zorg gedragen voor een oudedagvoorziening. Ik ben van mening dat dat niet kan worden gelijkgesteld met deelneming aan een pensioenvoorziening. Zij is dus gehouden aan deelname in het pensioenfonds dat in de nieuwe CAO voorgeschreven is.

Meer hierover is te vinden in de statuten en reglementen van het PFZW.

Waarom wordt mijn pensioengeld eigenlijk belegd?

Het aanvullende pensioen is een arbeidsvoorwaarde die per CAO wordt geregeld. U spaart gedurende uw loopbaan een uitkering bij elkaar voor na uw pensionering. De taak van het pensioenfonds is ervoor te zorgen dat er genoeg geld in kas is om de pensioenbelofte na te komen. De premies moeten dus voldoende aangroeien. Daarom beleggen pensioenfondsen.  Daarnaast hebben de meeste pensioenfondsen de ambitie om ook na pensionering de uitkeringen elk jaar te verhogen met bijvoorbeeld de gemiddelde loonstijging van de werknemers. Dat heet indexeren. Ook hiervoor is geld nodig waarvoor beleggingsopbrengsten nodig zijn.

Waarom wordt mijn pensioengeld niet gewoon risicoloos gespaard?

Sinds jaar en dag geldt dat pensioenfondsen proberen om tegen een gunstige prijs (de premie die werknemers en werkgevers betalen) een goede pensioenuitkering te realiseren. Deze dienst als compensatie voor het wegvallende salaris na uw pensionering. Dat is ook logisch want werknemers en gepensioneerden zitten niet te wachten op lage uitkeringen en hoge premies. De pensioenpremies enkel op een spaarrekening zetten levert te weinig op. Vandaar dat fondsen het pensioenvermogen proberen te vergroten door een goed rendement te halen. De rendementen van de beleggingen zijn doorgaans hoger dan de eventuele rente die het opgebracht zou hebben als het pensioengeld opgepot was. Het beleggen gebeurt via een zorgvuldige afweging en een door het pensioenfondsbestuur vastgesteld plan. In het bestuur zijn vakbonden (waaronder CNV Connectief) en werkgevers vertegenwoordigd.

Is het hele systeem nog wel betrouwbaar gezien de crisis?

Voor CNV staat de waarde van het pensioenstelsel voorop. Hoe vervelend de crisis ook uitpakt, we gaan niet mee met de critici die daarom het stelsel maar meteen op de schop willen nemen. Toch zullen we er alles aan doen om de pensioenfondsen weer financieel gezond te krijgen. Ook moeten we lering trekken uit de beurscrisis. Het aanvullende pensioen brengt risico’s met zich mee; dat moeten we niet verbloemen. Beleggingen kunnen tegenvallen en soms kunnen bepaalde rechten niet worden nagekomen. Als we de onzekerheid willen uitbannen zou het pensioen veel duurder worden. Het is dus zoeken naar het juiste midden tussen kwaliteit en betaalbaarheid. De pensioenpot is ondanks de verliezen nog steeds groot. De meeste pensioenfondsen hebben wel te weinig geld in kas en zijn daarom verplicht een herstelplan te maken. Dit dienen zij ter goedkeuring voor te leggen aan de Nederlandse Bank die namens de wetgever toezicht houdt op de handel en wandel van de pensioenfondsen. In veel herstelplannen is opgenomen dat de premie wordt verhoogd en de indexering niet wordt toegepast totdat de financiële situatie is verbeterd.

Wat betekent deze crisisperiode voor míjn pensioen?

Als u nog niet gepensioneerd bent, dan gaat de indexering (verhoging) van de pensioenopbouw achterlopen. De pensioenpot die u opbouwt is op het eind dan wat minder waard. Het is echter best mogelijk dat de situatie van pensioenfondsen na verloop van tijd weer aantrekt. Ook is het niet ondenkbaar dat er tegen die tijd voldoende geld is om de gemiste indexering te herstellen. Uiteindelijk merkt u er dan niets van. Gaat u binnenkort met pensioen, dan is die kans op tijdig herstel natuurlijk niet zo groot. Bent u al met pensioen, dan stijgt uw pensioenuitkering niet, terwijl de prijzen dat wel doen. Pensioengerechtigden kunnen dit merken in hun koopkracht.

{"single_open":"true","transition_speed":"300"}