Pensioen

De basis van ons huidige pensioenstelsel

De basis van ons pensioenstelsel kent drie pensioenpijlers. Hoe zit dat in elkaar?

Ons pensioenstelsel kent drie pijlers. De eerste pijler is een voorziening van de overheid: de AOW. De tweede pijler is een op de AOW aanvullend pensioen van werknemers en werkgevers. En tot slot een zogenaamde derde pijler in de vorm van pensioenverzekeringen die individuele burgers vrijwillig kunnen afsluiten bij commerciële verzekeraars. Die derde pijler staat een beetje los van de andere. Het is een individuele zaak of je wel of niet bijverzekert. Voor de overheid en de vakbonden vormen AOW en werknemerspensioen een soort eenheid en overheid en bonden bemoeien zich met de voorziening die de andere partij regelt.

Hoe zit dat met de eerste pijler: mijn AOW?

De eerste pijler is een overheidsvoorziening: de AOW. De politiek gaat over de hoogte van de uitkering en de voorwaarden zoals de ingangsdatum. Iedere Nederlander krijgt AOW na afloop van het werkzame leven. Het doel van de AOW is een minimum inkomen te garanderen voor na het werkzame leven, zodat mensen niet in armoede vervallen. Hiervoor zijn alle inwoners verzekerd. De premie wordt betaald door wie nog niet de AOW leeftijd heeft bereikt en wordt geheven over het inkomen. De opzet van de AOW is om met de premieopbrengsten de uitkeringen te betalen van de AOW-gerechtigden. Sinds geruime tijd lukt dat niet en moet er geld bij uit andere overheidsinkomsten. De AOW-premie zou te hoog worden en is gefixeerd op 17,9% over maximaal €34.712,- (2020) wat neerkomt op een maximum premie van €6.214,-

Hoe zit dat met de tweede pijler: aanvullend werknemerspensioen van werknemers en werkgevers?

Het doel van het werknemerspensioen is het minimum van de AOW aan te vullen tot een redelijke afspiegeling van het salaris. Het werknemerspensioen is een arbeidsvoorwaarde en dus niet zonder meer verplicht. Werknemers en werkgevers sluiten er een overeenkomst voor, meestal als onderdeel van de cao. Maar als er een afspraak over pensioen bestaat, is die wel verplicht voor alle werknemers die onder de cao vallen. Werkgevers en werknemers betalen premie. Een volgend verschil met de AOW is dat deze premies niet zijn bedoeld om er direct de uitkeringen van gepensioneerde collega’s mee te betalen. De premies worden in handen gegeven van pensioenfondsen. Zij administreren de pensioenrechten van iedere werknemer en beleggen de premies. Zonder de beleggingen zou het pensioen veel lager zijn of zouden de premies veel hoger moeten zijn.

De pensioenfondsen zijn financiële maar niet commerciële instellingen. Zij werken zonder winstoogmerk waardoor de premies meer voor het doel (pensioen) ingezet kunnen worden dan bij verzekeraars in de derde pijler. In de besturen van pensioenfondsen zijn bonden en werkgevers vertegenwoordigd. Dit komt de positie van de werknemer ten goede. Kortom, AOW en werknemerspensioen vormen twee elkaar aanvullende voorzieningen.

Hoe zit dat met de derde pijler: geld dat ikzelf opzij kan zetten voor nog meer pensioen?

Die derde pijler staat een beetje los van de twee andere. Het is een individuele zaak of je wel of niet zelf geld opzij zet voor meer pensioen dan jouw AOW en (eventueel) aanvullend werknemerspensioen. Je kunt op verschillende manieren opzijzetten. Bijvoorbeeld via lijfrenten, koopsommen en levensverzekeringen. Daarmee spaar je fiscaal aantrekkelijk voor extra pensioen. Je kunt dat bijvoorbeeld doen om een pensioengat aan te vullen of om eerder met pensioen te gaan. Ook zelfstandigen kunnen zo voor een individuele pensioenvoorziening zorgen.

{"single_open":"true","transition_speed":"300"}

Werknemerspensioen

Vanaf wanneer spaar ik voor mijn pensioen?

Je spaart voor pensioen als je deelnemer bent in een pensioenregeling. Dat ben je als je een arbeidsovereenkomst hebt met een werkgever die een pensioenregeling kent, ongeacht je leeftijd. Voor flexwerkers is de situatie ingewikkelder. Als oproepkracht in de zorg heb je bijvoorbeeld geen arbeidsovereenkomst (en ben je dus geen deelnemer) als je in een kalendermaand niet hebt gewerkt. Bij twijfel of je wel pensioen opbouwt: vraag het bij ons na.

Bij welk pensioenfonds spaar ik voor mijn pensioen?

Als je bij de overheid of in het onderwijs werkt, bouw je automatisch pensioen op bij ABP. Werk je in de sector zorg en welzijn, dan zit je automatisch bij Pensioenfonds Zorg en Welzijn (PFZW). Je hoeft hier niks voor te doen, maar je kunt ook niet voor een ander pensioenfonds kiezen. Als je ergens anders in dienst komt is het handig na te gaan of en bij welk fonds jouw werkgever een pensioenregeling heeft. Dan weet je meteen waar je pensioen opbouwt.

Wat gebeurt er als ik arbeidsongeschikt word en niet meer kan sparen voor mijn pensioen?

Bij ABP en PFZW krijg je dan een arbeidsongeschiktheidspensioen. Dit vult je wettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering en je eventueel nog resterende looninkomen aan tot de AOW-leeftijd. Afhankelijk van de mate van arbeidsongeschiktheid heb je ook recht op een premievrije voortzetting van de opbouw van je ouderdomspensioen. Arbeidsongeschiktheid is een ingrijpende gebeurtenis. Neem voor raad en daad contact op met ons.

Als ik ga samenwonen of trouwen, heeft dat invloed op mijn pensioen?

Bij trouwen in Nederland of geregistreerd partnerschap wordt het pensioenfonds vanzelf op de hoogte gesteld. Bij samenwonen niet en ook niet als je trouwt in het buitenland. Meld je partner in die gevallen aan bij je pensioenfonds. Zo zorg je ervoor dat je partner beter verzorgd achterblijft als jou iets overkomt. Meestal kan aanmelding via een formulier en met stukken zoals een samenlevingscontract. Let op dat je je partner afmeldt als jullie uit elkaar gaan. Door aanmelding van je partner ga je niet minder ouderdomspensioen opbouwen.

Hoe kom ik erachter of ik al eerder pensioen heb opgebouwd bij een (bij)baan?

Kijk of je ergens papieren hebt over je vorige werk of vraag het na bij je oude pensioenfonds. Je kunt opgebouwde rechten ook inzien via http://www.pensioenregister.nl/.

Wat gebeurt er met mijn pensioen als ik kom te overlijden?

Dan is er normaal gesproken een nabestaandenpensioen voor je eventuele partner, ex-partner en/of kinderen. Dit pensioen is afgeleid van het ouderdomspensioen. De hoogte hangt af van wat er in jouw pensioenregeling is afgesproken. En het kan ook verschil maken of je voor of na de AOW-leeftijd overlijdt.

Help, ik word werkloos. Hoe zit het met mijn pensioen?

Werkloosheid is ingrijpend voor je pensioen. De gevolgen zijn afhankelijk van je pensioenregeling. Bij ABP bouw je tijdens de WW of de daarop aansluitende werkloosheidsuitkering nog voor 3/8 pensioen op. Dit kost je dan geen premie meer. Bij PFZW is er tijdens de werkloosheidsuitkering geen automatische pensioenopbouw meer. Wel is er een mogelijkheid van bescherming tegen arbeidsongeschiktheid en overlijden. En bij de meeste pensioenfondsen kun je ook vrijwillig je pensioenopbouw voortzetten, maar daarvoor moet je wel nagaan wat het je kost (de werkgever betaalt immers niet meer mee). Het is niet leuk, maar toch aan te raden je bij werkloosheid te laten informeren over de gevolgen voor jouw pensioen. Hulp nodig? Neem contact op met de bond.

Waarom gaat het slecht met de pensioenfondsen?

Bekijk het filmpje met de uitleg waarom het met de pensioenfondsen slecht gaat.

Het gaat slecht met de pensioenfondsen, waarom moet ik überhaupt nog meedoen?

De kern van ons pensioensysteem wordt door vrijwel niemand echt betwist. Samen sparen via fondsen die werken zonder winstoogmerk levert nog altijd het beste resultaat op. Discussiepunt is wel dat in het huidige systeem een bepaalde uitkering min of meer wordt gegarandeerd. Die moet dan vast en zeker worden gefinancierd, ook al vindt de uitbetaling pas over vele jaren plaats. Dat maakt het systeem erg duur, zeker zolang de rente zo laag blijft. Het klinkt vreemd, maar als het pensioenfonds geen uitkering van een bepaalde hoogte meer toezegt, ontstaat er meer ruimte om een goed pensioen bij elkaar te sparen. Natuurlijk moeten de fondsen wel helder maken hoe ze dat gaan doen en wat er gebeurt met mee- en tegenvallers. Vakbonden, werkgevers, politiek en wetenschappers zoeken naar een nieuw pensioensysteem dat de voordelen van het oude systeem combineert met nieuwe afspraken om voor jou een optimaal pensioen te regelen. Dit doen ze op basis van het in juni 2019 gesloten pensioenakkoord die de contouren van dat nieuwe systeem geeft.

Ik lees in de krant veel over kortingen. Wat is er precies aan de hand?

Kortingen worden grotendeels veroorzaakt door de huidige rentestand, die momenteel historisch laag is. Dat zie je op allerlei fronten terug: je krijgt bijna geen rente op je spaargeld, maar ook als je een hypotheek afsluit, betaal je weinig rente. De lage rente raakt ook onze pensioenen. De wet verplicht pensioenfondsen om genoeg geld in kas te houden om pensioen uit te kunnen keren aan de huidige en toekomstige gepensioneerden. Dit heet de dekkingsgraad. Veel pensioenfondsen hebben momenteel echter door de lage rente een lagere dekkingsgraad dan de wet voorschrijft. Om die reden dreigt korten. Tegelijkertijd bezitten pensioenfondsen meer geld dan ooit, wegens hun goede beleggingsrendementen. De strenge wettelijke regels die ervoor moeten zorgen dat pensioenfondsen altijd genoeg geld hebben om de pensioenen goed uit te keren, werken nu dus niet in het voordeel van gepensioneerden.

Wat betekent die lage rente voor mijn pensioen?

Het gevolg van de lage rente is dat de pensioenen niet worden aangepast aan de stijgende prijzen (indexatie) en dat veel pensioenfondsen dreigen te moeten korten. Dat betekent dat het pensioen omlaag gaat: zowel de pensioenuitkering van gepensioneerden, als het opgebouwde pensioen van huidige werknemers. Mogelijk gaat ook de premie die werkenden nu voor hun pensioen betalen, omhoog. Wil jij weten hoe jouw pensioenfonds ervoor staat, kijk dan op deze pensioentool om de actuele dekkingsgraad van jouw pensioenfonds te bekijken:

Bekijk ook de site van jouw pensioenfonds. Hieronder zie je de links naar een aantal pensioenfondsen: ABP, PFZW, TNT express, Post NL, KPN, Openbare Bibliotheken en Pensioenfonds Werk en (re)Integratie.

Krijg ik te maken met een korting op mijn pensioen?

Er verschijnen veel berichten over pensioenfondsen die het pensioen moeten verlagen (korten). Er is geen algemeen lijstje van fondsen die moeten korten. En als er gekort moet worden, verschilt de omvang daarvan per pensioenfonds. Betrouwbare informatie is te vinden bij het pensioenfonds waar je als werkende of gepensioneerde bij bent aangesloten. Houd de website van je pensioenfonds in de gaten. Kijk op je pensioenoverzicht dat je jaarlijks krijgt of informeer bij je werkgever. Kom je er niet uit, neem dan contact op: https://www.cnv.nl/contact/telefoon/

Hoe staat het CNV tegenover kortingen?

Wij vinden dat onnodige kortingen zoveel mogelijk moeten worden voorkomen en dat daartoe de huidige pensioen(reken)regels moeten worden aangepast. Alleen in uitzonderingssituaties, zoals bij een beurskrach, zijn kortingen onvermijdelijk. Maar in de huidige situatie zien wij geen reden tot onnodige kortingen. Die zijn niet uit te leggen aan onze leden. Wij stellen dat, ook als er niet wordt gekort, er nog genoeg geld in de pensioenkas overblijft om een goed pensioen voor toekomstige generaties te garanderen. De rendementen die pensioenfondsen maken, zijn immers gemiddeld genomen heel goed.

Wat houdt de minister tegen om de regels aan te passen?

Minister Koolmees volgt vooralsnog het advies van de Nederlandse Bank (DNB) op. DNB houdt vast aan de huidige (reken)regels voor pensioenfondsen.

{"single_open":"true","transition_speed":"300"}

Zelf geld voor pensioen opzijzetten

Hoe regel ik mijn pensioen als zelfstandige?

Als zelfstandige ontvang je net als werknemers AOW als je de AOW-leeftijd hebt bereikt. Maar alleen AOW is niet genoeg. Was je voordat je zelfstandige werd, deelnemer in een pensioenfonds, dan kun je de deelneming vaak nog vrijwillig een tijdlang voortzetten (bij ABP kan dat als je als ZZP-er een eigen bedrijf hebt gestart nog 5 jaar). Je betaalt dan wel zelf de hele premie (je hebt geen werkgever meer die meebetaalt). Er bestaat ook een pensioenfonds specifiek voor ZZP-ers. En je zou zelf ook iets kunnen regelen via een verzekeringsbedrijf of bank. Neem contact op met ons voor meer informatie over de mogelijkheden.

{"single_open":"true","transition_speed":"300"}

Wat CNV voor mijn pensioen doet

Wat doet de vakbond voor mij?

In Nederland wordt gelukkig overleg gevoerd over jouw pensioen. Met de politiek en in de pensioenfondsen. De vakbond is daarbij de partij van werknemers. De bond bepaalt in overleg met de leden welke koers we gaan varen en samen beoordelen we de uitkomsten van het overleg. Daarnaast ondersteunt de bond je als je deelneemt aan de medezeggenschap in jouw pensioenfonds. En natuurlijk is de bond er voor al je vragen en is je raadsman wanneer er voor je rechten geknokt moet worden. Staat jouw vraag er niet bij of heb je aanvullende vragen? Neem gerust contact met ons op via 030 751 1003!

Wat doet het CNV om de dreigende korting op de werknemerspensioenen te voorkomen?

Het CNV en de andere sociale partners kunnen zelf geen kortingen voorkomen. De regels waarmee pensioenfondsen moeten rekenen zijn namelijk wettelijk vastgesteld. Over de wetgeving gaat minister Koolmees en uiteindelijk de Tweede Kamer. De minister en de Tweede Kamer zijn de enigen die dit probleem kunnen oplossen. Wij doen als bonden uiteraard een dringend beroep op de politiek om kortingen koste wat kost te voorkomen en met een oplossing te komen.

{"single_open":"true","transition_speed":"300"}