Voorzitters SER en CNV Connectief in gesprek over uitdagingen publieke sector

‘Eerlijk tegen elkaar zijn dat niet alles kan’

Werken in de publieke sector legt het af tegen beter betaalde banen in het bedrijfsleven. Ook is de werkdruk ongekend hoog in het met zichtbare personeelstekorten kampende onderwijs, de zorg en het openbaar vervoer. SER-voorzitter Kim Putters en CNV Connectief-voorzitter Patrick Fey buigen zich over de problematiek.

Er worden veel oorzaken genoemd voor de problemen in de publieke sector, zoals bezuinigingen door de overheid, te lage lonen, te gering carrièreperspectief, doorgeslagen marktwerking, vergrijzing. Welke is doorslaggevend?

Putters: ‘Voorop gesteld, ruim 80 procent van de mensen in de publieke sector is tevreden met zijn of haar werk.’

‘Maar er zijn ook zorgelijke punten. In een aantal publieke sectoren, zoals onderwijs, zorg en kinderopvang is het gevoel van autonomie en beheersing van de werkdruk relatief laag. Het ziekteverzuim daarentegen is verhoudingsgewijs hoog. Dat is verontrustend door de enorme vergrijzing die nog decennialang gaat zorgen voor een krappe arbeidsmarkt. We zullen hetzelfde werk moeten doen met steeds minder mensen.’

Werkdruk, uitval en vertrek

Putters: ‘De reflex in de publieke sectoren is dat zwaar geleund wordt op de intrinsieke motivatie van medewerkers om telkens een stapje extra te zetten om alle gaten dicht te lopen. Mensen doen dat ook, ze zijn gedreven.’

‘Maar we zien op een aantal plekken nu wel een ongezonde spiraal ontstaan van werkdruk, uitval en vertrek, en nog meer werkdruk voor wie overblijft. Dat is geen houdbare strategie. Daarbij is de overheid niet altijd een betrouwbare partner geweest door steeds wisselende en aanvullende eisen te stellen aan publieke organisaties.’

Regeldruk

Fey: ‘Het is mooi en tegelijk wonderlijk hoe goed alles toch blijft functioneren. Dat komt door de enorme betrokkenheid en het vakmanschap van mensen die werken voor de publieke zaak. Daar staan ze ook voor. Het gaat mis als ze zich belemmerd voelen omdat politiek en overheid meer vragen dan budgettair mogelijk is.

Denk aan de decentralisatie in de jeugdzorg een aantal jaren geleden. Toen wel de taken werden overgeheveld naar gemeenten, maar niet de financiële middelen. En vergeet de regeldruk niet. Wat ooit goedbedoeld was om risico’s te verminderen, groeide uit tot een systeem waarbij alles tot op de komma moest worden vastgelegd.’

Vele interimmers

Fey: ‘Terecht wijst Kim op de gevolgen van de enorme vergrijzing. De expertise die verdwijnt in het onderwijs, de zorg en bij overheid. Er staan niet genoeg jongeren klaar om hun taken over te nemen. Maar ik wil toch ook wijzen op de vele interimmers die worden ingehuurd. Som wel tot 20 procent van het personeelsbestand. Terecht bij ziekte, maar het is nu een veel te dure manier om aan nieuwe mensen te komen. Die voortdurende wisseling is niet goed voor de continuïteit en de kwaliteit van de publieke sector.

Putters: ‘In ons recente advies Waardevol Werk geven we aan dat het anders moet. Namelijk door goed werkgeverschap: het verhogen van onbenut potentieel, werk veel beter plooien rond de schaarse menskracht en veel scherper kijken hoe uitvoerbaar en arbeidsintensief ons beleid eigenlijk is. We moeten eerlijk tegen elkaar zijn dat niet alles kan. Je kunt via arbeidsmarktbeleid van alles doen om krapte te verminderen, maar niet oplossen.’

Oplopende vraag naar arbeid

Vrijwel alle publieke sectoren kampen met grote personeelstekorten. Is daar een duidelijke reden voor aan te wijzen? De bevolking groeit zelfs.

Putters: ‘De krapte is economisch en de hoofdreden is vergrijzing. De groei van het aanbod van personeel stagneert, en dat blijft nog wel zo tot 2040.’

‘Tegelijk zien we dat die vraag naar arbeid juist zal oplopen. Door de groei van de bevolking en de vergrijzing neemt de druk op publieke voorzieningen toe. Gepensioneerden gaan meer uitgeven, maar hebben uiteindelijk vaak ook meer zorg nodig.’

Fey: ‘Ja, de bevolking groeit mede door de instroom van vluchtelingen. Alleen zijn die door problemen met de taal en een vaak niet aansluitende opleiding niet zomaar een op een inzetbaar. Mensen leren dat uiteindelijk wel, maar daar gaat kostbare tijd overheen.’

Ook voor jongeren telt koopkrachtbehoud, nu huisvesting heel duur is geworden

Patrick Fey, voorzitter CNV Connectief

Jongeren willen meehelpen

Hoe krijg je jongeren weer geïnteresseerd?

Putters: ‘Vooral via de sterke kant van de publieke sector: motivatie. Het is echt werk dat ertoe doet en jongeren zijn daar heel gevoelig voor. Ze willen meehelpen aan de grote maatschappelijke opgaven van deze tijd.’

‘Ik denk dat je vooral goed moet kijken naar waarom jongeren vertrekken. Als starter vertrekken ze namelijk ook weer snel, of ze vallen uit. Een belangrijke oorzaak is dat ze te snel te veel verantwoordelijkheden krijgen, omdat hun collega’s het te druk hebben voor begeleiding.

Of het wordt iets voor náást het reguliere werk. Het is daarmee veelal een sluitpost die bij drukte direct in gevaar komt.’

Koopkrachtbehoud

Fey: ‘Je ziet de enorme maatschappelijke betrokkenheid van jongeren bij de problemen van deze tijd: huisvesting, klimaat, veiligheid. Maar je mag hun motivatie niet misbruiken omdat ze het werk toch wel doen. Ook voor hen telt koopkrachtbehoud, nu huisvesting heel duur is geworden. Een goed salaris is daarom minstens zo belangrijk om woonruimte te vinden.’

‘Daarnaast moet het werk aantrekkelijker door minder regeldruk en door voorop te lopen bij secundaire arbeidsvoorwaarden. Zet in op hybride werken en meer balans tussen werk en privé. Jonge mensen, en zij niet alleen, hebben daar behoefte aan. Het is ook een manier om hen langer en op een gezonde manier aan je te binden.’

Publieke sector is basis voor economie

Hoe belangrijk is een goed werkende publieke sector?

Putters: ‘Echt heel belangrijk. Niet alleen voor de maatschappelijke taken, maar ook omdat een goede publieke sector - denk aan veiligheid, goede dienstverlening en goed onderwijs - de basis vormt voor de economie als geheel. Het hangt samen. Het geld voor de publieke sector moet verdiend worden in de markt, maar die markt kan pas goed werken door een sterke publieke sector.’

Fey: ‘Je merkt pas hoe belangrijk het is als je in landen komt waar het niet goed werkt, met vaak ook een corrupte overheid. Er is zichtbare armoede, onveiligheid op straat, slecht onderwijs en slechte zorgvoorzieningen, pensioenen zijn er niet goed geregeld. Laten we vooral niet tevreden achteroverleunen, want bij ons zijn uitvoeringsdiensten vastgelopen in complexiteit, omdat onvoldoende rekening is gehouden met wat in de uitvoering kan. Het gevolg was de toeslagenaffaire.’

Tekst gaat door onder afbeelding

SER-voorzitter Kim Putters: ‘Een goede publieke sector vormt de basis voor de economie als geheel.’ Foto: Sandra Uittenbogaart

Zorg dreigt onhoudbaar te worden

Het sentiment is dat alles beter was voor de introductie van de marktwerking in de publieke sector.

Putters: ‘De administratieve lasten zijn daardoor flink toegenomen. Maar regeldruk is maar één kant van het verhaal. Wat feitelijk speelt is dat we de komende decennia met minder mensen belangrijke publieke taken overeind moeten houden. Tegelijk moeten we wel realistisch zijn met elkaar.’

‘Gegeven de enorme vergrijzing zal de krapte de komende jaren niet oplosbaar zijn. Dat maakt dat niet alles kan. Daarom vraagt de krapte naast arbeidsmarktbeleid ook gedachtevorming over de waarde van publieke taken en de keuzes die nodig zijn om belangrijke taken toegankelijk, van goede kwaliteit en financierbaar te houden. Dat geldt in het bijzonder voor de zorg, die door vergrijzing bij ongewijzigd beleid in de toekomst onhoudbaar dreigt te worden.’

Marktwerking is niet goed doordacht

Fey: ‘De marktwerking is niet goed doordacht geweest in de jaren negentig. In heel veel publieke taken is geen concurrentie mogelijk. Ja, in de telecomsector pakte het goed uit, maar voor bijvoorbeeld gemeenten is het te ver doorgeschoten met verplicht uitbesteden. Dat geldt eigenlijk ook voor het openbaar vervoer en de energie- en zorgsector.’

‘De basisinfrastructuur kun je eigenlijk niet uitbesteden. Die moet vrij toegankelijk zijn. Dat geldt voor huis- en tandartsen, maar ook buslijnen op het platteland, dorpshuizen, buurtbibliotheken. Dat kost extra geld, maar is wel het behoud van sociale cohesie.’

Een sterke publieke sector is essentieel

Is een slecht werkende publieke sector een splijtzwam voor de samenleving? Hoop dat het nieuwe kabinet het anders doet?

Putters: ‘Een sterke publieke sector is in het algemeen essentieel voor het vertrouwen van burgers/ondernemers in de overheid. Waar we echt voor moeten uitkijken, is dat de krapte bestaande verschillen in de samenleving niet nog meer vergroot.’

‘Het gevaar is dat de nadelige gevolgen bij specifieke reeds kwetsbare groepen neerslaan, waardoor toenemende ongelijkheid kan ontstaan. Dat vraagt om een politiek die bereid en in staat is tot het maken van financieel-economische keuzes om ook op termijn goede, houdbare publieke dienstverlening te behouden om daarmee toekomstige brede welvaart en welzijn te garanderen.’

Fey: ‘Grote vraagstukken kunnen alleen aangepakt worden als je goed nadenkt hoe dingen in de praktijk uitwerken, als je overlegt met specialisten en de complexiteit probeert te begrijpen. Pas daarna neem je een politieke beslissing en ken je budget toe. Zo gaat het vaak niet, maar ik blijf optimistisch. ’