Al het nieuws

Ontslag? Let goed op de opzegtermijn

Anna is ruim zeven jaar werkzaam als docent in het voortgezet onderwijs en heeft een contract voor onbepaalde tijd. Ondanks al haar inspanningen verloopt de samenwerking met haar collega’s van de vakgroep zeer stroef. Ook zijn er de afgelopen jaren diverse gesprekken geweest over het functioneren van Anna en heeft ze een coach gekregen om tot verbetering te komen. Uiteindelijk escaleert het en stelt haar werkgever voor om haar dienstverband met wederzijds goedvinden te beëindigen.

Anna stemt hiermee in. Haar werkgever stelt een vaststellingsovereenkomst op waarin het dienstverband met wederzijds goedvinden wordt beëindigd. De cao Voortgezet Onderwijs vermeldt dat werkgever en werknemer bij een beëindiging met wederzijds goedvinden kunnen afwijken van de geldende opzegtermijn. De werkgever van Anna stelt daarom in de beëindiging van de arbeidsovereenkomst een termijn van één maand voor in plaats van de geldende drie maanden. Anna denkt dat dit geen probleem is, maar legt de situatie toch voor aan een van de juristen van CNV Onderwijs.

Geen inkomen

De jurist bericht Anna dat het afwijken van de opzegtermijn geen problemen oplevert voor het rechtsgeldig beëindigen van haar arbeidsovereenkomst. Er zit echter nog wel een addertje onder het gras. Wanneer het dienstverband wordt beëindigd, ontvangt Anna vanaf de einddatum van de arbeidsovereenkomst geen loon meer. Het is voor haar van groot belang dat ze daarom direct na de einddatum van de arbeidsovereenkomst een werkloosheidsuitkering zal ontvangen. Wanneer ze akkoord gaat met het afwijken van de opzegtermijn, zal UWV de werkloosheidsuitkering niet direct aansluitend aan de einddatum van het dienstverband toekennen. Anna komt dan enige tijd zonder inkomen te zitten.

Fictieve opzegtermijn

De jurist legt aan Anna uit dat UWV de werkloosheidsuitkering pas toekent wanneer de fictieve opzegtermijn is doorlopen. De duur van de fictieve opzegtermijn is gelijk aan de duur van de opzegtermijn die volgens de wet, de cao of de arbeidsovereenkomst voor de werkgever geldt. Voor Anna geldt dat in de cao VO de opzegtermijn van haar dienstverband is gesteld op drie maanden en moet geschieden tegen de eerste van de maand. Wanneer Anna akkoord gaat met één maand opzegtermijn, zal UWV haar de werkloosheidsuitkering pas twee maanden na de einddatum van het dienstverband, de fictieve opzegtermijn, toekennen. Anna ontvangt dan twee maanden geen inkomen. De jurist van CNV Onderwijs drukt Anna daarom op het hart om met haar werkgever toch een opzegtermijn van drie maanden af te spreken, zodat Anna direct aansluitend aan het einde van haar dienstverband door UWV een werkloosheidsuitkering krijgt toegekend en ze niet een periode zonder inkomen komt te zitten.

Legt jouw werkgever jou ook een vaststellingsovereenkomst voor ter beëindiging van jouw dienstverband? Neem dan contact op met CNV Info. Op werkdagen zijn wij van 8.00 tot 18.00 uur te bereiken via telefoonnummer: 030-751 1001 of via het volgende mailadres: info@cnv.nl.