CNV Onderwijs niet overtuigd: Alternatief mbo-werkagenda

Op woensdag 9 november debatteert de Tweede Kamer over de door minister Dijkgraaf voorgestelde 'mbo-werkagenda'. De agenda mist essentiële punten. Daarom heeft CNV Onderwijs in samenwerking met de andere bonden vanochtend een Kamerbrief gestuurd. In de brief bieden wij aanvullingen, want dit moet en kan beter.

Het mbo staat onder druk. Zowel onderwijspersoneel als de inspectie hebben klachten over de situatie op instellingen. Naast een hoog ziekteverzuim, verlaten veel beginnende docenten binnen vijf jaar het onderwijs. Een hoog percentage tijdelijke contracten zorgt daarnaast voor een hoog verloop. Hierdoor krijgen mbo-studenten minder kwaliteit aangeboden, terwijl juist het beroepsonderwijs een impuls nodig heeft.

Zorgen

CNV Onderwijs vraagt om aanscherping op twee thema’s in de brief. Zo verwonderen de bonden zich erover dat onderwijskwaliteit in plannen is vervat zonder de vertegenwoordigers van de onderwijzers te betrekken. Op dit punt blijkt ook het gebrek aan samenhang met de onderwijsbrede werkagenda: ‘Samen voor het beste Onderwijs’ van april dit jaar.

In een eerder bericht sprak voorzitter CNV Onderwijs Daniëlle Woestenberg al haar twijfels uit over de mbo werkagenda. ‘Het lerarentekort en de werkdruk in het mbo staan in de weg voor “het beste onderwijs”. Vandaar dat wij voorstellen doen waarvan we denken dat ze bij kunnen dragen aan de kwaliteit. Aangezien de beroepsbevolking in het mbo zo fundamenteel is voor heel veel andere maatschappelijke uitdagingen, moet dit anders.’

Daarnaast wordt er 142 miljoen euro vrijgemaakt, dat is fijn, maar na eerdere afspraken die niet zijn nagekomen (zoals docenten in hogere salarisschalen) vraagt CNV Onderwijs zich af of dit geld wel op de juiste plek terechtkomt.

Wat is er nodig?

De prioriteiten liggen verkeerd in de huidige vorm, volgens CNV Onderwijs. Voor het garanderen van goed onderwijs is teamwerk nodig. Een mix van goed opgeleide instructeurs, onderwijsassistenten en docenten. Ontwikkeling in het beroep en loopbaan moet voor al het onderwijspersoneel mogelijk zijn.

Als reactie op de tekortschietende werkagenda hebben de AOb, CNV Onderwijs, FvOv en FNV O&O gewerkt aan een eigen toekomstvisie voor het mbo. Daarin staan de volgende onderwerpen centraal:

  • Een goed stelsel van opleiden en bevoegdheden.
  • Zeggenschap over ruimte en tijd voor professionalisering.
  • Aantrekkelijk loon en carrièreperspectief voor alle functies in het onderwijs.
  • Erkenning voor- en ondersteuning van de professionele autonomie.
  • Aanpak van de werkdruk.