Pabo CHE toekomstproof met flexibel onderwijs

Er zijn meer leerkrachten nodig, zoals zij-instromers. Dat vraagt om flexibel onderwijs van de pabo’s. Christelijke Hogeschool Ede (CHE) is een van de lerarenopleidingen die de switch al maakte. Hoe gaat het er op deze pabo aan toe, zowel in de voltijd als in de deeltijd? Wat is er nodig om studenten op te leiden tot goede leerkrachten?

“Het is elk jaar weer mooi om te zien hoe eerstejaars studenten binnen komen op de pabo”, zegt Bram Kasse, docent pedagogiek en mede-ontwikkelaar flexibilisering op CHE in Ede. “De verwachtingen die ze hebben, de ideeën over het vak, maar ook de twijfels van kan ik het wel en is het wel echt iets voor mij? Prachtig om met zo’n nieuwe lichting leraren in de dop aan de slag te gaan.” Hij heeft het in dit geval over de studenten die de dagopleiding volgen en vaak net van de havo of het vwo afkomen. “Jonge mensen die niet alleen het vak nog helemaal moeten leren, maar ook nog moeten ontdekken wie ze zijn.”

Kasse herinnert zich nog zijn eigen start als docent op de pabo, zo’n 23 jaar geleden. Dat was in de deeltijdopleiding. “De ene week zat ik in de les bij een collega om te observeren, de andere week gaf ik zelf college. Het was een totaal andere tijd”, blikt hij terug. “Alles was toen nog strak gestructureerd en verliep in een heel rustig tempo. Er was volop ruimte om te oefenen en langzaam op te bouwen. Tegenwoordig is dat heel anders. Door de tekorten merken studenten tijdens hun stages al dat er hard aan ze getrokken wordt. Om in te vallen of om klassen te draaien.”

‘Stevige’ mensen

Dat legt druk op de opleidingen. Het is niet voldoende om studenten alleen de methodieken en vaardigheden bij te brengen, realiseren ze zich op CHE. Kasse: “Het is ook belangrijk dat studenten opgeleid worden tot stevige mensen die kunnen omgaan met de waan van alledag en tegelijkertijd ook hun grenzen leren kennen. Je komt als leerkracht heel heftige situaties tegen, zoals kinderen die in armoede leven en ’s ochtends met een lege maag in de klas komen. Hoe ga je daarmee als leraar om, in de wetenschap dat je niet alle problemen kunt oplossen?” Daarom wordt op CHE ook veel tijd besteed aan persoonlijke ontwikkelingen en zelfreflectie, legt hij uit. “Wij noemen dat de professionele identiteit. Wie ben je? Wat zijn je talenten en kwaliteiten? Wat voor leraar wil je zijn? We helpen studenten in deze zoektocht.”

Burgerschap

Kasse vervolgt: “We zeggen altijd tegen hen: je eigen opvoeding, je patronen en je overtuigingen, alles wat jou gevormd heeft, ga je tegenkomen tijdens de opleiding. Je zult jezelf op een positieve manier leren ontdekken.” Soms worstelen studenten nog met dingen uit hun verleden. “We zijn er alert op om hen zo nodig door te verwijzen naar studentenpsychologen of pastors op school. Het welzijn van studenten staat voorop. Dat is het startpunt om een goede leraar te worden.”

“We willen studenten ook bewust maken van hun omgeving”, vult Gert-Jan Veerman aan, lector en docent onderwijskunde. Neem een onderwerp als burgerschap, zegt hij. Inmiddels een verplicht onderdeel op scholen. “Samen met onze partnerscholen, denken wij na over de invulling daarvan. Een van de scholen heeft bijvoorbeeld een project opgezet waarbij onze studenten activiteiten ontwikkelen met mensen, waarmee ze in hun eigen leven vaak niet te maken hebben. Ze gaan met hun stageklas naar een tweedehands winkel, die zich inzet voor kwetsbaren in nood en ze bezoeken eenzame ouderen om een spelletje met hen te spelen.”

Door de tekorten merken studenten tijdens hun stages al dat er hard aan ze getrokken wordt

Bram Kasse, docent pedagogiek en mede-ontwikkelaar flexibilisering CHE

Uit de bubbel

Is het doel dat leraren deze activiteiten straks ook gaan opzetten op de school waar ze werken en dat al de kinderen uit hun klas vrijwilligers worden? Nee, zegt Veerman. “Wat ons betreft gaat het verder. We willen bereiken dat studenten zich leren openstellen. Uit hun eigen bubbel stappen en de kinderen uit hun klas tot reflectie laten komen over hoe en of zij solidair willen zijn.” Ook hier speelt persoonlijke ontwikkeling weer een rol, legt hij uit. “Het gaat erom dat studenten zich leren verbinden met anderen, ondanks de verschillen die er zijn. Ik zeg altijd: vandaag geef je een pakje roomboter weg, morgen ga je er misschien wel een halen bij de voedselbank. Je weet nooit hoe het loopt in het leven. Wees daarom voorzichtig met oordelen en stel jezelf niet boven de ander, maar verhoud je op gelijke voet. Zo’n attitude vanuit wederzijdsheid in plaats vanuit superioriteit leidt er uiteindelijk toe dat leerkrachten ook het kind in de klas beter kunnen zien, in al hun verscheidenheid”, aldus Veerman.

Zij-instromers

Sinds 2016 bestaat op CHE ook flexibel onderwijs, dat vanaf toen is ingevoerd in de deeltijdopleiding. Deze aanpak houdt in dat studenten, zoals zij-instromers, een gepersonaliseerde leerroute kunnen volgen. Zij hoeven niet langer het standaard onderwijsprogramma te doorlopen, maar kunnen een persoonlijke route kiezen, waarbij ze bijvoorbeeld hun al opgedane ervaring in een ander beroep als ‘leeruitkomst’ inbrengen. Ze komen eens in de drie weken naar school en lopen stage. Janette Meiling, directeur van CHE: “We zijn destijds aan de pilot leeruitkomsten begonnen, omdat we er de voordelen van inzagen voor onze studenten. We wisten van studenten in de deeltijd dat ze het best een taaie opleiding vonden. Zij hadden twee avonden per week les. Naast die twee lange avonden boordevol lessen, hadden ze hun baan en liepen ze stage. Kortom; heel pittig allemaal. Zeker als je er ook nog een gezin naast hebt, zoals een aantal van hen. De opleiding was ook nogal schools opgezet. Heel rechttoe, rechtaan frontaal onderwijs.”

Vrijstellingen

Het curriculum van de nieuwe flexibele deeltijdopleiding met de leeruitkomsten bestaat uit acht modules. Daarvan zijn er vijf algemeen. Deze zijn opgesteld samen met de andere hogescholen die meededen aan het experiment, zoals Social Work, Verpleegkunde en Bedrijfskunde. De drie andere modulen zijn specifiek toegespitst op het beroep. Afhankelijk van wat een student al kan, is er vrijstelling binnen een module mogelijk of versnelling. Meiling: “Het is echt maatwerk dat we op deze manier kunnen bieden. We kijken steeds per half jaar wat een student de komende periode wil leren. Zoals lesgeven op verschillende niveaus, pedagogische tact, de verschillen van kinderen kunnen duiden en vormgeven van identiteit in een leergemeenschap. We spreken af op welk moment ze welk niveau moeten halen, ofwel wat de leeruitkomsten moeten zijn. Op basis van vastgestelde leeruitkomsten bedenken de studenten een plan om deze leeruitkomsten te kunnen aantonen.”

Een shortcut?

Neem iemand die van het mbo komt en gewerkt heeft als onderwijsassistent. Die komt waarschijnlijk in aanmerking voor een aantal vrijstellingen. Daar gaat een heel uitgebreide procedure aan vooraf, legt de directeur uit. “Dat wordt gedaan door een extern bureau dat alles heel zorgvuldig weegt. Studenten moeten ook echt kunnen aantonen en onderbouwen dat ze iets al kunnen. Zonodig worden ze daarop ook bevraagd.” Meiling herinnert zich nog de begintijd van de flexibele leerroute. “Mensen dachten: dit is een mooie shortcut om snel een diploma te halen. Maar dat is inmiddels echt achterhaald”, zegt ze. “Het is juist een heel pittige route, omdat je alles naast elkaar doet en maar weinig op school bent. Wie eraan begint, moet heel gemotiveerd zijn. Anders red je het niet. Daarom communiceren wij meteen heel helder over wat de eisen zijn en waaraan iemand moet voldoen.”

Het gaat erom dat studenten zich leren verbinden met anderen, ondanks de verschillen die er zijn

Gert-Jan Veerman, lector en docent onderwijskunde CHE

Toename studenten

Niet alleen zij-instromers en mensen die al een mbo-opleiding volgden, schrijven in voor de flexibele leerroute, maar ook bij jonge mensen die vanaf het middelbaar onderwijs komen, is de opleiding steeds populairder. “Het aantal deeltijdstudenten is de laatste jaren enorm toegenomen,” zegt Meiling. Geen wonder, meent ze. “Het geeft studenten meer vrijheid, ze hoeven nu niet meer allemaal door hetzelfde hoepeltje te springen. En er is meer ruimte voor creativiteit.” Dat doet veel met hen weet ze. Neem het schrijven van een reflectieverslag. Wij begrijpen goed dat sommigen leeglopen op het feit dat ze alweer een verslag moeten schrijven. Je wordt daarvan ook niet per se een betere leraar. Wat we nu meemaken, is dat studenten in plaats daarvan een vlog maken, een prentenboek presenteren of voor een toets kiezen. De creativiteit die ze laten zien, vanuit hun eigen specifieke talenten en manieren van leren, is heel indrukwekkend.”

Beeldvorming

Meiling kent de beeldvorming die bestaat over flexibel opleiden met leeruitkomsten. “De grotere vrijheid die studenten hebben, wordt soms verward met ‘vrijheid, blijheid’ en mogen doen wat ze willen. Ook wordt gedacht dat de leerstof minder de diepte in gaat en te veel aan de oppervlakte blijft.” Allemaal niet waar, benadrukt ze. “Wij doen geen concessies aan de kwaliteit, die staat bij ons steeds voorop. Onze ervaring van de afgelopen zes jaar is dan ook dat het niveau er zeker niet op achteruit is gegaan. We houden steekproeven en doen onderzoek. Daaruit blijkt steeds weer dat het niveau goed is als studenten zijn afgestudeerd en aan de slag gaan als leerkracht.”

Coaching

Het is in het werkveld soms even schakelen om deze vaak wat oudere studenten van de deeltijdopleiding te begeleiden, vertelt Meiling. “Het vraagt voor de collega’s op de scholen een andere aanpak dan ze gewend zijn bij de jongere mensen die stage lopen. Ze moeten rekening houden met wat deze groep al kan.” Het maakt nogal uit hoe deze zij-instromers benaderd worden, zegt ze. “De manier zou moeten zijn: we hebben een student binnen die het vak wil leren. Soms zie je dat de houding is: we hebben een bankmedewerker of manager uit de zorg binnen die leraar wil worden. Voor studenten is dat frustrerend. Goede coaching op de werkvloer die aansluit bij het leren lesgeven, is heel belangrijk voor hen. Die hebben ze echt nodig.”

Gemotiveerd

Annemieke Kester, trajectbegeleider bij CHE beaamt dat. “Daarmee staat of valt het succes voor deze groep”, weet zij. “Deze mensen zijn vaak heel gemotiveerd en gefocust. Het mooie is dat ze, in tegenstelling tot de jongere studenten, al veel levenservaring hebben. Ze weten hoe de hazen lopen en hebben vaak zelf ook kinderen. Maar ze moeten het vak nog wel echt leren. Zonder ondersteuning redden ze het niet.” Ze ziet het op haar eigen school in de Haagse Schilderswijk waar ze ook stagiaires coacht. “Er komt zoveel bij kijken met alles wat er speelt op een dag, dat de moed je zomaar in de schoenen kan zakken. Daarom is het belangrijk steeds in gesprek met studenten te zijn en hen perspectief te bieden.” Het helpt enorm als ze soms even kunnen ventileren en sparren, zegt ze. “Die intensieve begeleiding kost soms energie, maar het is een verrijking om deze mensen erbij te hebben. Ze voegen echt iets toe aan een team, door wat ze al meebrengen.”

De lessen zijn veel levendiger en dynamischer. Studenten stellen nu meer vragen

Janette Meiling, directeur CHE

Cultuurverandering

Binnen het docententeam op CHE zelf heeft de switch naar het flexibele onderwijs overigens voor een cultuurverandering gezorgd, vertelt directeur Meiling. “De nieuwe aanpak was enorm wennen voor een aantal docenten. Zij waren vooral gewend om te ‘zenden’ in hun colleges. Ik heb niet meer het idee dat ik aan het lesgeven ben, zeiden sommigen in het begin. Ik heb het gevoel dat ik mijn kennis niet meer kan delen.” Maar daarvan zijn ze helemaal teruggekomen volgens haar. “Inmiddels zeggen ze: het heeft me wakker geschud. Ik ben mijn vak weer met andere ogen gaan bekijken en sta er weer fris in. De lessen zijn veel levendiger en dynamischer. Studenten stellen nu meer vragen.”

Hobbels

Eerlijkheid gebiedt te zeggen dat er enkele hobbels waren met de invoering van het flexibele onderwijs, stelt Meiling. “Met sommige dingen zijn we echt op onze snufferd gegaan, zoals de logistieke, organisatorische kant. Die hebben we behoorlijk onderschat.” Dat heeft bijvoorbeeld te maken met de inschrijfprocedure, legt ze uit. “Om vrijstellingen aan te vragen, moet een student allerlei bewijsmateriaal aanleveren. Maar hoe kleed je zo’n proces in, zowel op het digitale vlak als binnen de organisatie? Daarop hebben we ons verkeken. We weten nu dat het belangrijk is om de onderwijskundige en organisatorische kant gelijk op te laten lopen en niet na elkaar te ontwikkelen.”

Een coach

Ze vervolgt: “Waarvan we ook geleerd hebben, is dat studenten, naast een coach op de school waar ze stagelopen, ook een persoonlijke begeleider nodig hebben op CHE. Iemand die hen helpt overzicht te houden, zoals met de workload. Die coaching hebben we daarom ook vrij snel alsnog ingevoerd. In gesprekken met studenten nemen we bijvoorbeeld ook de privésituatie van iemand door. Stel diegene heeft een gezin met jonge kinderen of doet er mantelzorg van een ouder bij. Dan zeggen wij: schakel terug in tempo, houd het behapbaar voor jezelf. Denk eraan dat je niet alleen het vak gaat leren, maar je zult ook jezelf tegenkomen. Neem daarvoor ruimte.”

Dagopleiding

CHE gaat de flexibele opleiding nu ook doorvoeren in de dagopleiding. Meiling: “We gaan het daar gefaseerd doen. De bedoeling is om per onderdeel te bouwen aan een nieuw curriculum.” Gebleken is dat de flexibele opleiding goed werkt voor zij-instromers en volwassen deeltijdstudenten die al wat ouder zijn of eerst een mbo-opleiding hebben afgerond, veel studenten hebben inmiddels op deze manier hun diploma behaald. De directrice meent dat de aanpak ook voor jonge studenten in de voltijd van toegevoegde waarde zijn. Al moeten zij vaak eerst nog ontdekken wie ze zijn, zegt ze. “De insteek zal daarom iets anders zijn, met meer focus op persoonsvorming en community-activiteiten. Samenwerking met andere studenten en het contact met andere docenten is belangrijk voor hen. Wij verwachten dat de flexibele voltijdopleiding vooral passend zal zijn voor studenten die vanwege een baan willen overstappen.”